Inhoudsopgave van de schoolgids:
- Algemene gegevens
- Waar staat de school voor?
- De organisatie van het onderwijs
- De zorg voor elke leerling
- De betrokkenheid van ouders en verzorgers
- Contacten buiten de school
- Kwaliteit en resultaten
- Praktische aangelegenheden en regelingen
VOORWOORD
Waarom deze schoolgids?
Geachte ouder(s) / verzorger(s) en
andere belangstellenden.
U leest in de schoolgids van
basisschool “d'n Hazennest” voor het schooljaar 2011-2012.
Daaruit blijkt dat U belangstelling hebt voor de school. Deze gids is
dan ook gemaakt om U de informatie te geven die U wilt hebben. U kunt er
in lezen wat U mag verwachten van onze school als U Uw kind(eren) bij
ons naar school laat gaan, en dat op allerlei gebieden.
U kunt onze school daardoor vergelijken met andere scholen, want het is
een wettelijk voorschrift dat alle scholen zo'n gids hebben.
Mocht U door het lezen van de gids vragen of opmerkingen hebben, dan
vragen we U er niet mee te blijven zitten. Laat het horen, want door
reacties van U, ouders en verzorgers, kunnen we de kinderen beter
opvoeden en onderwijs geven.
Namens het team, de Ouderraad en de Medezeggenschapsraad:
Huub van Hal
directeur basisschool d'n Hazennest
naar
inhoudsopgave
logo.

In de formulering van
onze visie
komen drie begrippen sterk naar voren:
zorg, zelfstandig en zelfvertrouwen.
Het zijn de
aandachtsgebieden, die een centrale plaats innemen in ons onderwijs en
de omgang met elkaar. De drie begrippen beginnen met de letter -z-; de
letter die ook centraal staat in de naam van onze school d’n hazennest.
De vertrouwde figuren van jongen en meisje vinden opnieuw hun plek. De
situering en grootte symboliseren groei: met vier jaar komen de
kinderen op onze school en gedurende acht jaar ontwikkelen ze zich,
waarna ze uitstromen naar vormen van vervolgonderwijs. De cirkel geeft
een beslotenheid aan, een veilig leer- en leefklimaat met zorg en
aandacht voor het individuele kind. We doen een groeiend beroep op
zelfstandigheid en verantwoordelijkheid van ieder kind. Door een
veilig schoolklimaat na te streven en accent te leggen op individuele
succeservaringen vergroten we het zelfvertrouwen van het kind.
naar
inhoudsopgave
ALGEMENE GEGEVENS
basisschool D'n Hazennest
Vermeulenstraat 30 5012 HB Tilburg
Telefoon 013 - 547 00 16 Fax 013 - 547
00 18
email:
info@hazennest.nl
website: www.hazennest.nl
naar
inhoudsopgave
Waar is
de school te vinden.
Basisschool “d'n Hazennest” ligt in het midden van de wijk Quirijnstok,
het meest oostelijke gedeelte van Tilburg-Noord. De school is mooi ruim
gelegen in de woonwijk en wordt grotendeels omgeven door een vrij
toegankelijk speelterrein. Hieromheen staan hekjes, die bij het
kleuterspeelterrein zo gevormd zijn dat de kleuters niet zomaar de
straat op kunnen lopen tijdens het spel.
De peuterspeelzaal heeft een
eigen speelterrein, afgezet met hekwerk en haagjes.
naar
inhoudsopgave
Namen en taken van: (schooljaar
2011-2012)
Directie:
|
naam: |
functie / taak: |
|
Huub van Hal
|
directeur; algehele leiding en eerst aanspreekbare
persoon;
tel. 06 – 127 02 008 |
|
Martijn Elesen |
adjunct-directeur; geeft mede leiding, vervangt de
directeur en is aanspreekpunt bij diens afwezigheid;
lesgevende taak op woensdag in groep 8; verzorgt de
leerlingenadministratie. |
Onderwijzend
personeel:
|
naam: |
functie / taak: |
|
Maud de Graaff |
Intern Begeleider (IB) |
|
Carla van de Laar |
Vakleraar muziek |
|
Anneloes van de
Biggelaar |
Leraar groep 1 / 2
A |
|
Cocky Zopfi |
Leraar groep 1 / 2 B |
|
Erica Ritzema |
Leraar groep 1 / 2 B |
|
Yvonne Jansen |
Leraar groep 1 / 2 C |
|
Byanca van der
Sijpt |
Leraar groep 1 / 2 D
& coördinator V.V.E. |
|
Louisella de Kroon |
Leraar groep 1 / 2 D |
|
Maartje van Dongen |
Leraar groep 1 / 2 E |
|
Petra Melsen |
Leraar groep 1 / 2 F
& coördinator onderbouw |
|
Inge Kuijsters |
Leraar groep 1 / 2 F |
|
Irmgard van Alphen |
Ondersteuning
onderbouw |
|
Diny Szejnoga |
Ondersteuning
onderbouw |
|
Anke Didden |
Leraar groep 3 A / 4
A |
|
Heidi Boomaars |
Leraar groep 3 B
|
|
Janneke van Gils |
Leraar in Opleiding
(LIO) groep 3 B (januari – juni 2012) |
|
Manon Verkooijen |
Leraar groep 3 C &
coördinator middenbouw |
|
Ria van Deursen |
Leraar groep 4 B |
|
Marjolijn de Bruijn |
Leraar groep 4 C |
|
Martin de Jong |
Leraar groep 5 A |
|
Carlijn Verhoeven |
Leraar groep 5 B |
|
Gerrie van
Eijndhoven |
Leraar groep 6 A
|
|
Sandra Dikmans |
Leraar groep 6 B |
|
Piet Kievits |
Leraar groep 7 A |
|
Saskia de Vocht |
Leraar groep 7 B &
coördinator bovenbouw |
|
Monique Smetsers |
Leraar groep 7 B |
|
Mieke vd Berg |
Leraar groep 8 A |
|
Mieke van der
Heijden |
Leraar groep 8 B |
|
Mendy van Beckhoven |
Leraar groep 5 A op
woensdag en donderdag,
groep 1/2 C op
vrijdag |
|
Mandy Rasenberg |
Leraar groep 3A/4A
op woensdag, groep 3B op vrijdag en ondersteuning in de
groepen 3 en 4 op dinsdag- en donderdagochtend |
|
Annemiek Dekkers |
Leraar groep 6 B op
woensdag & groep 4 A op vrijdagochtend |
|
Mark van Hees |
Leraar groep 8 B op
woensdag, groep 8 A op donderdag en groep 7 A op vrijdag |
|
Lianne Schuurmans |
Remedial Teaching (RT)
& ondersteuning |
|
Jeske Versteden |
Vakleerkracht
bewegingsonderwijs in de groepen 3 t/m 8 |
Onderwijsondersteunend personeel:
|
naam: |
functie / taak: |
|
Mari Donders |
conciërge |
|
Ria van de Wouw |
interieurverzorgster |
|
Grada Artz |
interieurverzorgster |
|
Ad Meesters |
medewerker ICT |
|
Joos Bogaers |
administratief medewerkster |
Onze school is een
Tangentschool
Basisschool d’n Hazennest vindt het belangrijk om het onderwijs zo
goed mogelijk te verzorgen, zodat uw kind zich optimaal kan
ontwikkelen. Samen met andere scholen uit de regio maakt onze school
onderdeel uit van de stichting Tangent. Tangent is een stichting van
basisscholen en peuterspeelzalen die de ontwikkeling van jonge
kinderen wil bevorderen. Tangent vindt de volgende kenmerken
daarvoor belangrijk:
Diversiteit
Tangent is een afspiegeling van de samenleving, waarin mensen die
verschillen in levensovertuiging, herkomst, aanleg en omstandigheden
met elkaar samenwerken. Die verschillen respecteren we en we
benutten juist deze diversiteit om optimale ontplooiing van kinderen
en medewerkers te bereiken.
Lerend en uitdagend
Leren kan op vele manieren plaatsvinden. Tangent biedt ruimte aan
diverse onderwijsconcepten en biedt een leeromgeving die voor
kinderen met verschillende leerstijlen en leervragen uitdagend en
betekenisvol is.
Professionaliteit
Tangent is een professionele, lerende organisatie. In alle aspecten
van het werk is professioneel handelen het uitgangspunt. De
medewerkers van Tangent werken aan hun persoonlijke ontwikkeling
door o.a. scholing, zelfreflectie en collegiale samenwerking.
Kwaliteitszorg is daarbij van essentieel belang.
Verantwoordelijkheid
Tangent hecht grote waarde aan de eigen verantwoordelijkheid van de
medewerkers. Dit laten zij op alle vlakken zien: het geven van goed
onderwijs, het opbouwen van eigen expertise, het goed onderbouwd
nemen van besluiten.
Scholen centraal
Binnen Tangent staan de scholen centraal. Zij zijn verantwoordelijk
voor de realisatie van het onderwijsproduct. De scholen van Tangent
zijn pro-actief en extern gericht. Het tot stand brengen van een
keur aan dwarsverbanden, bij de ontwikkeling en uitvoering van
maatwerk in het onderwijs, is daarbij een vanzelfsprekend en
natuurlijk proces.
Kwaliteit
Tangent ontleent haar bestaansrecht aan de vragen die de pluriforme
maatschappij stelt. Samenwerking met externe organisaties is daarom
van grote waarde. De stichting legt verantwoording af voor de
geleverde kwaliteit. De kwaliteit van het werk wordt, door een
continu proces van meten, evalueren en verbeteren, gewaarborgd.
Tangent ondersteunt onze school in het uitdragen en realiseren van
deze kenmerken.
Ook
werkt onze school nauw samen met de andere Tangentscholen om
deskundigheid en ervaringen uit te wisselen. We willen immers het
allerbeste voor uw kind!
Het
grote voordeel van deze samenwerking is tevens dat er goede
garanties zijn voor personeel en financiën. Ook is het handig om
namens veel scholen overleg te kunnen voeren met bijvoorbeeld de
gemeente, bedrijven en diensten.
Onder Tangent vallen de volgende scholen:
Basisschool Achthoeven te Udenhout
Basisschool Berkeloo te Berkel-Enschot
Basisschool Den Bijstere te Tilburg
Basisschool St. Caecilia te Berkel-Enschot
Basisschool De Cocon te Tilburg
Basisschool d’n Hazennest te Tilburg
Basisschool De Kleine Akkers te Goirle
Basisschool De Lochtenbergh te Tilburg
Basisschool Prins Bernhard te Tilburg
Basisschool De Regenboog te Tilburg
Basisschool Rennevoirt te Berkel-Enschot
Basisschool Stelaertshoeve te Tilburg
Basisschool De Vlashof te Tilburg
Basisschool De Wichelroede te Udenhout
Basisschool De Kring te Rijen
Basisschool De Wildschut in Gilze
Peuterspeelzaal
Kookelikoo te Berkel-Enschot
Peuterspeelzaal
Olleke Bolleke te Udenhout
Peuterspeelzaal
Duimelotje te Udenhout
In
totaal heeft Tangent 482 personeelsleden die dagelijks aan
4828
kinderen onderwijs verzorgen en die met 150 peuters
werken.
Als
u vragen of opmerkingen heeft over het onderwijs, leerkrachten of
andere zaken van de school dan gaat u natuurlijk eerst naar de
leerkracht of de directie van de school.
Mocht u vragen hebben aan het bestuur van Tangent dan kunt u zich
richten tot de Algemeen Directeur dhr. Jan Aarts. Deze kunt u
bereiken op:
Stichting Tangent
Postbus 85
5070 AB Udenhout
Tel: 013-5229250
Fax: 013-5229259
Ook op internet
kunt u informatie over het schoolbestuur vinden:
www.tangent.nl
naar
inhoudsopgave
WAAR STAAT DE SCHOOL VOOR?
De
visie van de school.
De
school als leefgemeenschap.
Iedere basisschool doet natuurlijk
zijn best zo goed mogelijk onderwijs te verzorgen en opvoeding te geven.
En toch zijn er verschillen tussen basisscholen. Daarom is het goed
stil te staan bij wat wij verstaan onder “goed onderwijs” en “goede opvoeding”.
- Wij proberen de zelfstandigheid
van kinderen te bevorderen.
In de acht jaren basisschool leren we de kinderen een
groot aantal taken zelfstandig te doen.
Daarbij gaat
het niet om het zelf doen op zich, maar om een zelfstandig persoon te
worden, die weet wat hij of zij aankan. Ook in situaties die in eerste
instantie moeilijk lijken, moet het kind leren zichzelf te redden. We
spreken dan van het ontwikkelen van zelfredzaamheid. We doen dat door
hen langzaamaan moeilijkere taken zelf uit te laten voeren, waarbij we
de gang van zaken natuurlijk in de gaten houden.
- Samenwerken is erg
belangrijk: een aantal kinderen heeft dat van nature in zich, anderen
zijn meer individueel ingesteld. Vandaar dat het veel aandacht krijgt,
zowel bij
doe-taken,
als bij leer-taken. Wij zijn bezig met coöperatief leren. Deze
onderwijsvernieuwing zorgt ervoor, dat:
-
kinderen een
actieve en betrokken leerhouding hebben
-
een arsenaal
aan sociale vaardigheden wordt ontwikkeld
-
er een
veilige sfeer is in de groep
-
kinderen
plezier hebben in en gemotiveerd zijn tot leren
-
er een
duidelijk klassenmanagement ontstaat voor de leerkracht
-
in het
samenwerken verantwoordelijkheid voor eigen bijdrage zichtbaar wordt
-
zelfstandigheid en individuele aansprakelijkheid wordt vergroot
- De sociale ontwikkeling is
daarbij heel erg belangrijk: een kind moet leren hoe om te gaan met
leeftijdgenoten, met oudere kinderen en jongere kinderen en met
volwassenen. Heel belangrijk vinden we daarbij dat de leerlingen
gedurende de kleuterperiode bij elkaar blijven: kinderen van 4, 5 en 6
jaar zitten bij elkaar in de groep. Dat is zo belangrijk omdat
kinderen op deze leeftijd heel veel leren van het kijken en luisteren
naar elkaar. Bovendien vinden oudere kleuters het heerlijk te
“moederen” over jongere kleuters. Voor oudere kinderen is
groepsvorming juist heel belangrijk. Vandaar dat we dan proberen
zoveel mogelijk groepen te maken van kinderen met dezelfde leeftijd.
- In een kinderleven doen zich
momenten van grote vreugde voor, maar ze ervaren
ook droevige momenten. Vaak zijn
kinderen heel vrolijk, soms ook zijn ze echt boos, verontwaardigd,
bang of verdrietig. Al deze emoties kunnen bij elke leerling
voorkomen. We moeten de kinderen daarom leren met hun eigen emoties
om te gaan, maar ook met die van anderen. Vooral dat laatste
krijgt in onze school veel aandacht. We doen dat door dagopeningen,
waarbij ieder kind zijn verhaal aan de groep kwijt kan, het werken met
(catechese)-projecten, individuele aandacht in en buiten de groep, en
aandacht voor de hele groep, als de emotie de hele groep aangaat.
- Pesten is een overal
voorkomend en naar probleem. Wij dulden absoluut niet dat kinderen
gepest worden. Als we het merken, wordt het onmiddellijk aangepakt. Op
school is een pestprotocol, dat elk jaar onder de aandacht wordt
gebracht. Omdat pesters soms heel geraffineerd te werk gaan, hebben we
het niet altijd meteen in de gaten. Wordt uw kind gepest en wordt er
door ons (nog) geen aandacht aan besteed, kom dan zo spoedig mogelijk
even naar school en maak een afspraak met de klassen-leerkracht of met
één van de vertrouwenspersonen.
Op school hebben we een
anti-pestprotocol. Het heeft als doel het pestgedrag bij kinderen aan
te pakken en daarmee hun welbevinden en toekomstverwachtingen te
verbeteren. We proberen hieraan te werken door
gerichte voorlichting aan de ouders tijdens de jaarlijkse
informatieavond in de groep; door het onderwerp pesten geregeld te
agenderen in de teamvergaderingen en terugkerende lessen omtrent
pesten. In alle groepen wordt het anti-pestprotocol besproken en we
vragen de kinderen dit te ondertekenen. Basis voor het
anti-pestprotocol zijn de volgende vuistregels:
plagen = als ik het
leuk vind en de ander ook
pesten = als ik het leuk vind, maar de
ander niet !
Ook kunnen we terugvallen op drie
interne contactpersonen. Als er buiten schooltijd pestzaken spelen,
die effecten hebben of doorwerken op school, dan neemt de school
contact op met de ouders. Het anti-pestprotocol is op school aanwezig
en ligt ter inzage bij de directie.
- Als leerkrachten
vervullen wij een
voorbeeldfunctie. Op school is een gedragsprotocol voor alle bij
school betrokken medewerkers. Een professionele organisatie vraagt om
een meer zakelijke houding, waardoor er misschien meer afstand van de
leerlingen wordt gevraagd. Anderzijds moeten er duidelijke afspraken
zijn om problemen te voorkomen. Door middel van een aantal regels
spreken we als team met elkaar af hoe we met elkaar en met de
leerlingen omgaan. Dit gedragsprotocol ligt op school bij de directie
ter inzage.
- Voor een aantal kinderen is het
maken van een keuze een probleem. Daarom krijgt dat vanaf het
begin meteen aandacht: de keuze van werkjes bepaalt wat je gaat doen,
hoe lang je ergens mee bezig bent. Later betekent het kiezen voor b.v.
doorwerken dat je tijd overhoudt voor leuke dingen.
- Een kritische houding
aannemen is niet voor ieder kind even natuurlijk: sommige kinderen
hebben dat met de paplepel ingegeven gekregen, bij anderen moet dat
geleerd worden. Dat betekent niet dat we kinderen leren altijd op iets
af te geven of negatief te zijn. Juist niet. Het betekent wel dat we
ze leren niet zomaar met iedereen mee te doen, zelf na te denken en
een beslissing te nemen al dan niet iets te doen, de verantwoording
niet op anderen te schuiven. We doen dit middels het bespreken van
voorvallen op school en (catechese-) projecten.
- Aandacht en verwondering voor de
natuur en goed omgaan met alles wat de natuur biedt wordt steeds
belangrijker in onze samenleving. We proberen de kinderen liefde voor
de natuur bij te brengen en hen zuinig te laten omgaan met de natuur
rond de school. Aandacht voor het milieu in bredere zin hoort zonder
meer tot de opvoeding. Niet alleen goed omgaan met afval (en het
scheiden ervan), ook respect voor al het leven om ons heen is
wezenlijk.
- Mensen zijn verschillend. Niet
alleen naar nationaliteit, huidskleur of geloofsrichting, maar ook
naar interesse, talenten, lichaamsbouw, gedrag en emoties. We vinden
het erg belangrijk dat kinderen dat onderkennen, en leren omgaan
met en respect hebben voor de verschillen tussen mensen.
Verschillende schoolprestaties zeggen niets over je mens-zijn, extra
hulp krijgen is iets gewoons. Dat kan elk kind overkomen. Doordat er
van veel verschillende nationaliteiten, culturen en religies kinderen
op onze school zitten, is het omgaan met en leven in een
multi-culturele samenleving eenvoudig voor de kinderen te leren.
Naast al deze aspecten die voor de
totale groep van belang zijn, kan het ook van belang zijn dat het kind
als individu bijzondere aandacht krijgt:
- Als een leerling op “d'n
Hazennest” begint, wordt nauwgezet gekeken of hij of zij zich wel
bevindt. Is dat niet het geval dan zal er aandacht aan worden besteed
en nagegaan worden wat er moet veranderen, zodat het kind zich beter
voelt.
- Als een leerling ergens in de
loop van de schoolloopbaan binnenkomt op “d'n Hazennest” dan kan
het zijn dat onze schoolcultuur zo afwijkt van de schoolcultuur van de
vorige school dat het kind erg moet wennen. Het kind krijgt dan extra
begeleiding. Het kan ook betekenen dat methodes niet aansluiten en er
daarom extra didactische hulp nodig is. Zie ook hoofdstuk
de zorg voor elke leerling
- Als kinderen langere tijd ziek
zijn, zal er tijdens het ziek zijn aandacht van de leraar zijn en
zal bekeken worden of het bijwerken thuis tijdens het ziek zijn, of na
afloop als het kind weer op school komt moet geschieden. Dit
natuurlijk in overleg met de ouder(s) of verzorger(s).
- Een verjaardag is voor de meeste
kinderen een hoogtepunt. Dat zal het ook op school zijn.
Afhankelijk van de leeftijd van het kind zal het op gepaste manier
gevierd worden, waarbij in de eerste 3 jaren de ouder(s) zeker welkom
is (zijn) als dat gewenst wordt.
- Het kan gebeuren dat een leerling
het normale programma op school niet kan volgen, of omdat het te
moeilijk is en te snel gaat, of omdat het te eenvoudig is. Daaraan
passen wij het programma aan. We willen dat ieder kind naar eigen
kunnen presteert. Zie ook hoofdstuk de zorg voor elke
leerling
naar
inhoudsopgave
De
school als leergemeenschap.
Basisschool “d'n Hazennest” is meer
dan een optelsom van een aantal klassen. Er is een hele structuur die
het mogelijk moet maken dat kinderen gedurende gemiddeld
acht jaren
optimaal leren en zichzelf ontwikkelen. Basis daarvoor is de Wet op het
Basisonderwijs die enerzijds een heleboel voorschrijft, anderzijds een
heleboel keuzes laat, vooral van hoe je alles regelt.
De belangrijkste zaken die
vastliggen in de wet zijn:
- het aantal uren dat een leerling
per jaar les moet krijgen
- de vakken waarin een kind les moet
krijgen en zich moet kunnen ontwikkelen
- de minimum doelen die het kind moet
halen
- de eisen waaraan een schoolgebouw
moet voldoen
- de eisen waaraan een leraar moet
voldoen.
Heeft U interesse in meer details van
de Wet op het Basisonderwijs vraag het dan gerust aan de directie.
Het team van “d'n Hazennest” stelt zich ten doel om elk kind gedurende
de schoolloopbaan optimaal te vormen. Daartoe hebben we een programma
dat aan de hele groep wordt aangeboden. De verwerking van wat aangeboden
wordt, gebeurt dan zoveel mogelijk individueel en naar eigen aanleg en
tempo. Daardoor kan het gebeuren dat de ene leerling bij
een bepaald leerstofonderdeel meer aangeboden krijgt om te verwerken dan
de andere. Als een leerling meer aankan, dan worden er ook meer eisen
aan hem/haar gesteld. We vinden dat ieder
kind zich op eigen wijze moet
kunnen ontplooien
en onderling respect moeten tonen voor elkaar.
Deelname aan
samenwerkingsverband WSNS
In het
kader van de Wet Primair Onderwijs artikel 18 neemt onze school deel
aan het Samenwerkingsverband WSNS Tilburg. In dit Samenwerkingsverband
wordt afgesproken onder welke voorwaarden leerlingen toelaatbaar zijn
tot het speciaal basisonderwijs en hoe de zorgformatie van de
basisscholen (artikel 132 WPO) en de zorgformatie voor de speciale
basisscholen (artikel 122 WPO) wordt ingezet. Hoe dit gebeurt wordt
jaarlijks vastgelegd in het Zorgplan van het Samenwerkingsverband
(artikel 19 WPO). Door middel van dit Zorgplan leggen de scholen en
besturen ook verantwoording af aan ouders en inspectie over het
gevoerde beleid.
Het
Samenwerkingsverband WSNS Tilburg betreft alle 55 basisscholen en alle
6 speciale basisscholen van Tilburg. De verantwoordelijkheid van het
samenwerkingsverband gaat over 18.000 basisschoolkinderen.
Binnen deze wettelijke verplichtingen heeft het Samenwerkingsverband
WSNS Tilburg, in overleg met onze school, inhoudelijke ambities en
keuzes gemaakt ten aanzien van de zorg op alle scholen van het
samenwerkingsverband. Deze ambities zijn verwoord in het Zorgplan.
Missie
Het Samenwerkingsverband stelt zich ten doel een samenhangend geheel
van zorgvoorzieningen binnen en tussen basisscholen te vormen, en in
samenwerking met speciale scholen voor basisonderwijs te
bewerkstelligen dat zoveel mogelijk leerlingen een ononderbroken
ontwikkelingsproces kunnen doormaken.
Ambitie
Het Samenwerkingsverband wil:
- Dat alle leerlingen
zorg op maat krijgen waardoor hun ontwikkelingsmogelijkheden zo goed
mogelijk worden benut
- Dat de zorg op maat
van een dermate kwaliteit is dat hun ontwikkelingsproces niet
verstoord wordt
- Dat de zorg op maat
zo dicht mogelijk bij de vertrouwde omgeving van de leerling
plaatsvindt
- Dat de inrichting
van de zorg efficiënt is, binnen de beschikbare middelen en met
gelijke kansen voor alle leerlingen
- Dat procedures voor
ouders duidelijk zijn en zo weinig mogelijk obstakel vormen bij de
keuze voor hun kind
Om
deze ambities waar te kunnen maken is nauwe samenwerking tussen de
betrokken besturen, scholen en ouders noodzakelijk. Het team van onze
school, onze ouders en ons bestuur zijn dan ook nauw betrokken bij de
inrichting van het samenwerkingsverband. Ons
schoolbestuur neemt deel aan het bestuur van het samenwerkingsverband.
Hierdoor heeft ons schoolbestuur een belangrijke bijdrage aan de
besluitvorming en draagt zij mede eindverantwoordelijkheid voor dit
samenwerkingsverband. De directie van onze
school neemt deel aan de vergaderingen van het Inhoudelijk Overleg
Zorg (IOZ) waarin door alle directies van scholen nieuw beleid wordt
voorbereid en afspraken worden gemaakt over de uitvoering van
activiteiten uit het Zorgplan. Onze Interne
Begeleider (IB) neemt deel aan de vergaderingen van het netwerk
IB van ons samenwerkingsverband. In deze vergaderingen wordt vooral
aandacht besteed aan de hulp voor zorgleerlingen en de procedures voor
plaatsing op de speciale basisschool.
Ook
onze ouders zijn, weliswaar indirect, betrokken bij het beleid van het
samenwerkingsverband. Zij worden daarbij vertegenwoordigd door de
Medezeggenschapsraad. Voordat ons schoolbestuur instemt met het
Zorgplan van het samenwerkingsverband dient zij dit voornemen voor te
leggen aan de Medezeggenschapsraad. Zoals opgenomen in de Wet op de
Medezeggenschap Onderwijs (artikel
6 lid b WMO)
is instemming van de Medezeggenschapsraad daarbij
noodzakelijk.
Ons
schoolbestuur heeft een Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad
ingericht. In overleg met de MR van onze school heeft ons
schoolbestuur besloten het Zorgplan jaarlijks voor te leggen aan de
Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad. Het beleid van het
samenwerkingsverband is erop gericht om ouders zo veel en zo vroeg
mogelijk te betrekken bij de beleidskeuzes.
Het
moge duidelijk zijn dat onze school op velerlei wijzen betrokken is
bij de inrichting van de zorgstructuur in ons samenwerkingsverband. De
deelname aan de verschillende overleggen geschiedt op basis van
afspraken maar vooral ook uit verantwoordelijkheid voor een goede
opvang van onze zorgleerlingen.
Het
samenwerkingsverband is te bereiken op onderstaand adres.
Samenwerkingsverband WSNS Tilburg
Postadres
Postbus 1372 5004 BJ TILBURG
Bezoekadres
Dr. Hub van Doorneweg 91 5026 RB TILBURG
T
013-4672660
F
013-4679508
E
info@wsnstilburg.nl
W
www.wsnstilburg.nl
Voor de opvang
van kinderen, die nog geen Nederlands spreken, hebben we de volgende
trajecten:
1.Regulier
kleutergroepen
Als het
leerlingen van 4 of 5 jaar betreft, dan gaan zij naar de ‘gewone’
kleutergroep waar ook alle Nederlands sprekende kinderen
zitten. Onderzoek heeft uitgewezen dat kinderen op deze leeftijd
heel gemakkelijk taal van elkaar overnemen, vandaar dat er voor deze
‘onderdompelingstactiek’ gekozen is.
2.
Schakelklassen
Goed
Nederlands kunnen spreken en schrijven is heel belangrijk, zowel op
school als in het dagelijkse leven. Sommige kinderen hebben echter
zoveel moeite met de Nederlandse taal dat het andere leren daardoor
ook niet goed gaat. Voor deze kinderen is de schakelklas bedoeld.
In de
schakelklas krijgen de kinderen gedurende een jaar extra les in taal
in een kleinere groep. Het is gebleken dat door deze extra
taalondersteuning de kinderen goed vooruit gaan. Ze hebben daar
later veel plezier van.
Wat is een schakelklas?
Kinderen met een achterstand in de woordenschat of die veel moeite
hebben met het leren lezen en schrijven komen in aanmerking voor de
schakelklas. In de schakelklas krijgen deze kinderen een heel
schooljaar extra taalonderwijs. Omdat de groep klein is krijgen deze
kinderen veel aandacht. Bovendien wordt er gewerkt met de meest
moderne materialen. De taal wordt beter en dat heeft tot gevolg dat
ook het leren gemakkelijker verloopt; de leerlingen behalen hogere
leerresultaten.
Omdat de taalachterstand niet voor alle kinderen hetzelfde is, zijn
er in Tilburg vier verschillende vormen van een schakelklas.
De
taalhulp
Bij
taalhulp blijft het kind in de eigen klas en krijgt extra
ondersteuning van een extra begeleider en de eigen leerkracht. De
begeleider is er vooral om de leerkracht te ondersteunen.
De
taalklas
Kinderen die de Nederlandse taal al wel spreken maar veel moeite
hebben met lezen, schrijven en spelling worden twee dagen in de week
extra geholpen in kleine groepen van ongeveer 12 leerlingen. In veel
wijken in Tilburg is zo’n taalklas zodat de kinderen niet te ver van
hun eigen basisschool naar een taalklas kunnen. De andere drie dagen
van de week blijven de kinderen op hun eigen basisschool. In Tilburg
Noord zijn er twee taalklassen op OBS de Sleutel.
De
taalschool
Voor
kinderen die de Nederlandse taal nog nauwelijks spreken, is de
taalschool bedoeld. Het zijn kinderen die op de gewone basisschool
niet goed begeleid kunnen worden omdat ze de taal niet spreken. Op
de taalschool krijgen de leerlingen in een aparte klas les. Zij zijn
dagelijks bezig met taalactiviteiten. De kinderen zijn ingeschreven
in de taalschool en krijgen hier de hele week les. Er zijn twee
taalscholen in Tilburg. In Tilburg Noord is de taalschool gevestigd
op OBS de Sleutel.
De
topklas
Voor de al wat oudere kinderen die op het punt staan om de overgang
naar het voortgezet onderwijs te maken is er de topklas. De kinderen
hebben wel de capaciteiten en motivatie om naar havo/vwo te gaan
maar hebben een taalachterstand die hen bij die overgang belemmert.
De topklas is een klas op een school voor voortgezet onderwijs waar
de kinderen alle dagen van de week onderwijs krijgen. Na de topklas
gaan ze door naar het voortgezet onderwijs.
Komt mijn kind in aanmerking?
De
basisschool kan u helpen bij de vraag of uw kind in aanmerking komt
voor een taalklas of taalschool. Zij beschikt over
toetsen om te kijken wat het taal– en leesniveau van uw kind is. Aan
de hand van deze toetsen wordt een keuze gemaakt. Heel belangrijk is
dat uw kind normale mogelijkheden heeft om te leren maar juist op
het gebied van lezen en taal vastloopt.
De
keuze voor een taalschool of taalklas is niet altijd zo makkelijk
gemaakt. In de regel is het zo dat kinderen die al op de basisschool
zitten, Nederlands spreken en contact kunnen leggen met vriendjes,
kunnen worden geholpen in de taalklas. Ze gaan dan twee dagen in de
week naar een andere school waar de taalklas is, maar zijn drie
dagen in de week in hun eigen klas op hun vertrouwde basisschool. Op
die manier krijgen ze wel extra aandacht voor taal, maar verliezen
ze niet het contact met de andere kinderen.
Intermezzo (plusklas)
Intermezzo is een opvangklas voor leerlingen, die door hun
hoogbegaafdheid belemmerd worden in hun ontwikkeling. Deze kinderen
ontmoeten elkaar op woensdagochtend. Ze
werken aan uitdagende opdrachten en krijgen ondersteuning op
sociaal-emotioneel gebied van een gespecialiseerde leerkracht.
Locatie is basisschool De Vlashof in Tilburg Noord.
Wie beslist?
Als
u graag wilt dat uw kind geplaatst wordt in een taalschool of
taalklas kunt u de basisschool vragen of uw kind toelaatbaar is.
Zonder uw toestemming kan een kind nooit geplaatst worden.
Voor een plaatsing in de taalklas is bovendien de
toestemming van de eigen basisschool noodzakelijk. Er zijn voor de
school immers kosten aan verbonden en er moet goed overleg zijn
tussen de taalklas en de basisschool.
De
organisatie van de schakelklassen Tilburg heeft het recht om een
plaatsing te weigeren of ongedaan te maken. Bijvoorbeeld als blijkt
dat de basisschool een kind onterecht of op verkeerde grond heeft
toegelaten tot de taalschool of taalklas.
Wie heeft meer informatie?
Voor meer informatie kunt u het best terecht op de basisschool van
uw kind. Er is een folder beschikbaar over schakelklassen
en u kunt
ook extra informatie vinden op de website :
www.wsnstilburg.nl
U
kunt ook bellen of mailen naar het adres dat genoemd is op deze
website.
Op
de pagina ‘Veelgestelde vragen’ vindt u onderaan nog een aantal
links naar websites over het onderwerp schakelklassen.
Bij wie kan ik aanmelden?
De basisschool heeft een
aanmeldingsformulier. Ook kunt u bellen (013-4672660) of mailen naar
schakelklassen@wsnstilburg.nl
naar
inhoudsopgave
Brede School
Over de Brede School
Heikant / Quirijnstok
De brede school is een netwerk van voorzieningen voor
zorg, welzijn en onderwijs die zich bezighouden met opgroeiende
kinderen van 0 tot 14 jaar. Het doel van het netwerk is de kansen
van de kinderen te vergroten. Elke Brede School heeft een stuurgroep
en een coördinator. De stuurgroep bepaalt het beleid binnen de door
de gemeente vastgestelde kaders en de coördinator zorgt voor de
uitvoering daarvan. Het werk wordt verricht in de vele werkgroepen
waarin beroepskrachten vanuit de deelnemende scholen en instellingen
zitting hebben.
Er zijn in Tilburg Noord twee Brede Scholen: Brede
School Stokhasselt en Brede School Heikant/Quirijnstok. Basisschool
d’n Hazennest hoort bij Heikant/Quirijnstok . Er zijn zes pijlers
waar de Brede School zich voor inzet:
1) Samenwerking
Er wordt gekeken of alle betrokken partners binnen de wijk tot hun
recht komen en hoe de samenwerking beter afgestemd kan worden.
2) De school is uit, en dan?
Dan beginnen de naschoolse activiteiten waar ieder kind binnen de
wijk aan mee kan doen. In de jaarfolder vindt u de activiteiten en
het inschrijfformulier. Deze activiteiten zijn voor de kinderen
gratis. Mocht u de folder kwijt zijn of niet hebben ontvangen, kunt
u deze downloaden via
www.bredeschooltilburg.nl. Ook is
er het naschoolse sport aanbod, schoolloopbaanbegeleiding, de
Weekendschool en het Kinderpersbureau.
3) Ouderbetrokkenheid
Elke ouder heeft de mogelijkheid om
naar een ouderkamer te gaan voor de gezelligheid, informatie te
krijgen of vragen te stellen. Vraag na bij uw instelling wanneer
deze ouderkamer open is. De ouderbetrokkenheid gaat ook over
deelnemen aan werkgroepen, clubjes, ouderavonden etc. Mocht u vragen
hebben kunt u terecht bij Riky Naber, zij is voor uw wijk de
ouderbetrokkenheid contactpersoon. rikynaber@noord.twern.nl Dit
schooljaar is Taalachterstand bij ouders een speerpunt van deze
wijk. In het kader van dit speerpunt kunt u allerlei activiteiten
verwachten.
4) VVE
VVE betekent Voor- en Vroegschoolse
Educatie. Dit houdt in dat kinderen op jonge leeftijd meedoen aan
educatieve programma's. Dit om onderwijsachterstanden bij kinderen
vroeg op te sporen en te bestrijden. VVE is gericht op
peuterspeelzalen, kinderdagverblijven en de eerste twee groepen van
de basisschool. Peuters zijn vier dagdelen op de peuterspeelzalen
aanwezig en er zijn extra leidsters. Ouders worden op verschillende
momenten en manieren bij de activiteiten betrokken. Ook worden er
puzzels, spelletjes of boeken uitgeleend om thuis te kunnen lezen en
spelen met uw kind.
5) Zorg/CJG
De Brede School werkt nauw samen met
Centrum Jeugd en Gezin. Ook zitten Thebe en de GGD in de stuurgroep
zodat er een goede samenwerking ontstaat. Binnen de ouderkamer komen
allerlei onderwerpen aanbod over zorg en welzijn van het kind en de
ouder. Overgewicht bij kinderen is dit schooljaar een speerpunt dat
meer aandacht krijgt binnen de wijk.
6) Een kindvriendelijke wijk
Op een aantal momenten kan uw kind
spelen onder toezicht bij de bakfiets. De bakfiets is volop gevuld
met spel -en ontwikkelingsmateriaal. Voor het rooster van de
bakfiets kunt u terecht op de website van de Twern. www.twern.nl
Mocht u vragen hebben dan mag u
altijd contact opnemen.
Beppie Smit
Brede School coördinator Heikant Quirijnstok
T: 013–4558050/ 06-13910991
E: bsmit@bredeschooltilburg.nl
naar
inhoudsopgave
Zorg voor Jeugd
Als
basisschool d’n Hazennest zijn wij aangesloten op het
signaleringssysteem Zorg voor Jeugd.
Het
systeem voorkomt, dat kinderen en jongeren tussen 0 en 23 jaar
tussen wal en schip vallen. Het signaleringssysteem zorgt ervoor,
dat zij tijdig hulp krijgen. Met het systeem kunnen alle
organisaties, die betrokken zijn bij hulpverlening aan jongeren,
snel en efficiënt informatie uitwisselen.
Zorg voor Jeugd zorgt ervoor, dat:
►
mogelijke risico’s bij kinderen vroegtijdig worden gesignaleerd
►
alle instellingen weten wie betrokken is bij deze jeugdige
►
informatie tussen hulpverleners direct en snel wordt uitgewisseld
►
het meteen duidelijk is wie de eerstverantwoordelijke is om de zorg
te coördineren
►
de voortgang en acties van hulpverlening worden bewaakt.
De
gemeente heeft het signaleringssysteem Zorg voor Jeugd beschikbaar
gesteld.
Vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) heeft de gemeente
namelijk de taak om problemen bij jeugdigen te signaleren en de
coördinatie van de zorg te organiseren.
Binnen onze organisatie kan de directeur zorgsignalen afgeven in
Zorg voor Jeugd.
Bij
het afgeven van een signaal wordt er geen inhoudelijke informatie
doorgegeven, maar wordt alleen om aandacht gevraagd voor de
situatie. In het systeem komt dus alleen te staan, dat er
zorgen zijn over een jeugdige.
Als
er twee of meer signalen in het systeem staan over dezelfde
jeugdige, dan wordt automatisch een ketencoördinator aangewezen. Dit
is een professional van een hulpverleningsorganisatie. Hij/zij
inventariseert wat er aan de hand is met de jeugdige en of het nodig
is om in overleg met betrokken partijen een hulpverleningsplan op te
stellen.
Op
www.zorgvoorjeugd.nu
vindt u meer informatie.
naar
inhoudsopgave
De identiteit van de
school.
Onder identiteit verstaan we hier de
manier waarop wij als school omgaan met alle mensen die bij de school
zijn betrokken: de kinderen, hun ouders, de teamleden en de verder aan
de school verbonden mensen. Wij zijn van mening dat het team daarbij een
sleutelrol vervult: door op een goede, bewuste manier met de leerlingen
om te gaan, stellen we een voorbeeld naar de leerlingen toe, een
voorbeeld dat naar we hopen nagevolgd wordt door de leerlingen
onderling.
Dat betekent:
- dat we beter iets uitpraten dan
ergens over strijden
- dat we geen lijfstraffen toepassen
- dat we als
leerlingen de regels ver te
buiten gaan in ieder geval ook zullen trachten duidelijk te maken
waarom we vinden dat iets verkeerd is,
- dat we niet dulden dat leerlingen
om redenen van huidskleur, land van herkomst, geloof, uiterlijk of wat
dan ook worden achtergesteld
- dat we kinderen
leren respect te
hebben voor elkaar in alle verscheidenheid,
- dat we de kinderen respect
bijbrengen voor alles wat de natuur voortbrengt,
- dat we als team respect hebben voor
de meningen van de ouders, en steeds in goed overleg met hen zullen
trachten ons steentje aan de opvoeding bij te dragen.
Identiteit wordt ook verstaan in de
enge zin van het woord, namelijk als geloofsrichting. Dat wij een
katholieke school zijn, komt op verschillende manieren tot uiting,
namelijk:
- de manier waarop we met zaken omgaan: vanuit de katholieke traditie en de
algemeen Christelijke waarden (open staan voor anderen, delen met
elkaar, de ander helpen),
- de sfeer op school bij vieringen
als Kerstmis en Pasen,
- het gebruiken van
catecheseprojecten bij de lessen catechese op school, de begeleiding
daarbij door de districtscatecheet.
- de contacten met de parochie
aangaande de voorbereiding voor de Eerste Communie en het Vormsel.
Deze voorbereiding wordt gedaan door groepen ouders o.l.v. de
parochie, waarbij de school alleen desgevraagd assistentie verleent.
Verder zijn we natuurlijk belangstellend naar de kinderen.
- het meewerken aan het verzoek van
de pastores om misdienaars beschikbaar te stellen onder schooltijd.
Als de ouders daar in toestemmen, dan kan dat gebeuren bij
begrafenismissen en huwelijken.
naar
inhoudsopgave
DE ORGANISATIE VAN HET ONDERWIJS.
De
organisatie in de school en de zorg voor de jongste
kinderen.
Een leerling die start op zijn of haar vierde verjaardag op basisschool
d'n Hazennest doorloopt daarbij de volgende
fasen:
- Opgeven van leerlingen; de
leerling wordt door de ouder(s)/verzorger(s) opgegeven op school. Dit
gebeurt in de school in een gesprek van een van de directieleden met
de ouder(s)/verzorger(s). Daarbij kunt U niet een leerkracht
uitkiezen, wel vragen we of het kind al vriendjes/vriendinnetjes heeft
waarbij hij of zij graag in de groep zit. We proberen daar rekening
mee te houden bij de plaatsing.
- Oefenen voordat de leerling 4
jaar is; vóór de datum waarop het kind vier jaar wordt, is er een
mogelijkheid om het kind een aantal keren een dagdeel te laten oefenen
in de groep waarin het geplaatst wordt. Daartoe ontvangt U een
uitnodiging van de betreffende leerkracht, ongeveer één maand voordat
het kind vier jaar wordt.
In overleg met de leerkracht worden 4 oefenmomenten
afgesproken.
- Uitstel van plaatsing leerlingen;
wordt een leerling vier jaar in een van de laatste weken van het
schooljaar, dan geven we de ouders/verzorgers ter overweging het kind
pas na de zomervakantie te plaatsen, zeker als er op dat moment al 25
of meer kinderen in de kleutergroepen zitten.
- Nieuwe kleuters;
wanneer die na de
zomervakantie op school starten, vragen we ze de tweede schooldag voor
het eerst te komen. De andere kinderen hebben dan op de eerste dag de
gelegenheid gehad om met de leerkracht bij te praten, zodat deze op de
tweede dag alle aandacht kan geven aan de nieuwkomers.
- Leerplicht; kinderen van
vier jaar zijn nog niet leerplichtig. Kinderen voor wie een hele
schooldag te lang blijkt te zijn, kunnen als ouder(s), verzorger(s)
dat aangeven, een middag thuisblijven.
De leerplicht start met 5 jaar. Gemiddeld blijven de kleuters 2 tot
2,5 jaar in de kleuterbouw. Blijkt de leerling om
emotionele redenen, of omdat de leerontwikkeling nog niet ver genoeg
is, nog niet toe is aan het lees- en leerprogramma van groep 3, dan
laten we de leerling nog een jaar extra kleuteren. De
ouders/verzorgers worden daarvan tijdig op de hoogte gebracht.
Ervaring leert dat niet-Nederlandstalige allochtone kleuters meestal
drie jaar nodig hebben in de kleuterbouw, om de rest van het
schoolprogramma met goed gevolg te kunnen doorlopen.
- Spelend leren; in de
kleutergroepen wordt vooral spelend geleerd. Op die manier wordt de
ontwikkeling van elke kleuter het meest recht gedaan. De leerkrachten
in de kleutergroepen zijn dus niet vooral op leren gericht maar dragen
zorg voor de totale ontwikkeling van de kleuter. Dat betekent dat U
ook kunt verwachten dat er gepraat wordt over de sociaal-emotionele
ontwikkeling van Uw kleuter, over zijn spelvaardigheid, de motoriek
enz.
- Vroege lezers; kleuters die
zich in de kleuterperiode al zo ver ontwikkelen dat het aanvankelijke
lezen al geen geheimen meer voor hen heeft, worden daarna in groep 3
met een speciaal programma begeleid. Dit wordt altijd van te voren met
de ouder(s) / verzorger(s) besproken.
- Schoolloopbaan; in principe
gaan alle leerlingen in ongeveer acht jaar door de basisschool heen.
Echter, het kan gebeuren dat door individuele omstandigheden het beter
is dat de leerling er langer of korter over doet.
Moet de leerling er
langer overdoen, dan zal hij of zij goeddeels een individueel
programma doorlopen voor de duur van één of twee jaar, met name voor
die onderdelen van het lesprogramma waarop moeilijkheden worden
ondervonden. Ook als een leerling het advies krijgt van de leerkracht
er een jaar korter over te doen, dan volgt voor een bepaalde periode
een individueel programma.
Zaken aangaande verlenging of verkorting van de
schoolperiode worden op d’n Hazennest altijd door betreffende
leerkracht, de IB-er en de directie tijdig met de ouder(s) /
verzorger(s) besproken.
- Kerndoelen; In de acht jaar
dat leerlingen d’n Hazennest bezoeken, krijgen zij heel veel
verschillende vak- en ontwikkelingsgebieden aangeboden. De inhoud en
de uiteindelijke doelstellingen, zoals geformuleerd in de ‘Kerndoelen
Primair Onderwijs’ (ministerie van
Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,
april 2006)
zijn gegarandeerd door de gekozen methodes en de door de school
vastgestelde aanpak. De aanpak hiervan staat in het ‘Schoolplan’, dat
door de Medezeggenschapsraad is goedgekeurd.
- Regeling lesuitval; De
leerlingen hebben altijd les, behalve op de dagen dat zij volgens
rooster vrij zijn of vakantie hebben (zie hoofdstuk 8). Mochten
leerkrachten ziek zijn of anderszins afwezig, dan zal altijd getracht
worden goede vervanging te regelen. Mocht onverhoopt blijken, dat het
niet lukt om eigen mensen in te zetten of om invallers te krijgen, dan
hebben we de mogelijkheid om leerlingen van een groep tijdelijk over
meerdere andere groepen te verdelen of om één leerkracht tijdelijk
twee groepen te geven. Zijn alle mogelijkheden uitgeput, dan kan het
voorkomen dat leerlingen voor de maximale duur van één dag naar huis
worden gestuurd. Mocht de volgende dag de situatie niet anders zijn,
dan gaat er vervolgens een andere groep naar huis en worden leraren
verplaatst.
- Gedragsregels; Leerlingen
worden geacht zich op school aan de spelregels te houden. Het gedrag
van de leerlingen wordt aan de hand van een vijftal kapstokregels
getoetst. Deze regels zijn met de leerlingen uitvoerig besproken. De
regels zijn:
- Op school hebben de mensen
respect voor elkaar en voor de materialen van elkaar, van de
school, in de school en om het schoolgebouw
- Op onze school gaan de
mensen bewust om met hun leefomgeving
- Op onze school helpt
iedereen een werksfeer te maken waarin mensen geen last hebben van
elkaar
- Op onze school is er
aandacht en bescherming voor mensen in probleemsituaties en
aandacht voor hoe mensen zich voelen.
- Op onze school brengen
mensen de gezondheid en veiligheid van andere mensen niet in
gevaar.
|
Als een leerling zich met regelmaat
niet aan deze regels houdt of de regels ernstig overschrijdt, dan wordt
contact opgenomen met de ouder(s)/verzorger(s) van het kind. Het kan
voorkomen dat het kind gestraft wordt. Daartoe is een protocol
“Straffen en belonen” ontwikkeld, welke op school ter inzage ligt.
Een ernstig incident kan leiden tot een ‘time-out’. Dat is in principe
voor één dag of de rest van de dag, waarbij de leerling een taak mee
naar huis krijgt.
Mocht herhaald spreken met
kind/ouders en herhaalde straf niets uithalen, dan kan schorsing
overwogen worden.
Schorsing kan alleen als het bekrachtigd wordt door het bestuur. Mocht
na schorsing het gedrag niet verbeteren, dan kan besloten worden tot
verwijdering van de leerling van school. In dat geval zal de school wel
een uiterste poging doen de leerling op een andere school ingeschreven
te krijgen. Wij hanteren hierbij de volgende procedure:
- het bestuur wordt geďnformeerd en
stuurt de ouders schriftelijk bericht, dat wordt overgegaan tot
verwijdering
- de inspectie wordt op de hoogte
gebracht
- de leerplichtambtenaar (A.
Bruynzeels) wordt ingelicht
- de school en, indien nodig, de
leerplichtambtenaar ondernemen actie om het betreffende kind op een
andere school te plaatsen: de inspanningsverplichting
- dit kan een andere basisschool
zijn; het kan ook een school voor speciaal onderwijs zijn
Voor verdere
informatie verwijzen we naar het protocol ‘Schorsing en verwijdering van
leerlingen’ welke op school bij de directie ter inzage ligt.
Sponsoring; Op d'n Hazennest is het
mogelijk de school te sponsoren. Daartoe zijn verschillende
mogelijkheden: een advertentie in de schoolkrant, het verlenen van
diensten, het schenken van materialen. Een werkgroep regelt een en ander
en houdt de financiën in de gaten. Al het geld komt ten gunste van de
school en dat betekent ten gunste van de leerlingen.
naar
inhoudsopgave
De taakverdeling binnen de
school.
De meeste leerkrachten hebben als
primaire taak natuurlijk het lesgeven aan de eigen groep. Uitzondering
daarop zijn:
- Maud de Graaff:
- Zij is Intern
Begeleider (IB) en houdt zich daarom bezig met die leerlingen die extra begeleiding
nodig hebben in of buiten de groep. Bovendien praat zij met de
ouders van die leerlingen als dat nodig is, legt zij contacten met
ondersteunende of hulpgevende instanties of scholen voor speciaal
onderwijs. Daarnaast verzorgt zij samen met de directeur de
contacten met het georganiseerd overleg, aangaande “Weer Samen Naar
School”.
Anke Didden vervult IB taken in de kleuterbouw en is hiervoor
vrijgesteld van haar lesgevende taak in groep 3/4 op woensdag
- Lianne Schuurmans:
- Zij houdt zich bezig met het
individueel bijwerken van leerlingen (R.T)
- Carla van de Laar:
- Zij is vakleerkracht muziek en
verzorgt als zodanig op
woensdag, donderdag en vrijdag in alle groepen de
zang- en muzieklessen.
-
Jeske Versteden:
- Zij
is vakleerkracht bewegingsonderwijs en geeft les in de groepen 3 t/m
8
- Martijn Elesen:
- Op de eerste plaats is hij
adjunct-directeur. Hij houdt o.a. de leerlingenadministratie bij;
wijzigingen in telefoonnummer of adres of verandering van school
kunt U aan hem doorgeven.
- Middenmanagement:
- Wij werken met drie
coördinatoren. In hun bouw (onder-,
midden- of bovenbouw) leiden zij de vergadering, voeren overleg met
en geven feedback aan de directie.
Op
dinsdagmiddag zijn zij vrijgesteld voor coördinerende, uitvoerende
en voorbereidende taken. Daarnaast heeft Byanca van der Sijpt
coördinerende taken op het gebied van Voor- en Vroegschoolse
Educatie (V.V.E.) Tot slot complementeren onze Intern
Begeleiders Maud de Graaff en Anke Didden het middenmanagement
op d’n Hazennest
Naast de lesgevende taak hebben alle
leerkrachten organisatorische taken. Hebt U iemand specifiek nodig,
vraag er dan even naar en U komt bij de goede persoon terecht.
naar
inhoudsopgave
De activiteiten voor de
leerlingen.
Het groepsrooster is de richtlijn voor
de activiteiten van de kinderen.
Bijzonderheden daarbij zijn:
- spel en beweging:
- De
kleuters hebben elke schooltijd (‘s morgens en ‘s middags) beweging.
Als het weer het toelaat buiten en anders in de speelzaal bij het
kleutercentrum. De oudere leerlingen hebben allemaal twee keer in de
week gym (toestel- en spelles) in de gymzaal aan de Verhulstlaan.
- handenarbeid:
- Eens per week hebben de
leerlingen van de groepen 3 t/m 8 handenarbeid.
Hierbij komen allerlei technieken aan bod. Nieuwe
(besmettelijke) kleding is op deze dagen niet aan te raden.
Verder zijn er een aantal
activiteiten die
maar één keer per jaar voorkomen:
- Sinterklaasfeest:
- Op maandag 5 december 2011
zal de
Goedheiligman ons weer met een bezoek vereren.
Het normale lesrooster vervalt dan. Na de intocht bezoekt hij
de peuters, kleuters en de groepen 3 en 4 uitvoerig, de overige klassen wat
korter. De groepen 5 t/m 8 assisteren de Sint door voor elkaar
surprises te maken voor vrijdag 3 december
2010.
- Kerstviering:
- In de week voor
Kerstmis op woensdag 21 december 2011 vindt de Kerstviering plaats. Naast een kerstmusical, opgevoerd door
kinderen van de groepen 7, is er een gezamenlijke maaltijd in de
groep met liederen, verhalen en verdieping van de kerstgedachte in
de eigen groep. De organisatie leest U in de maandbrief van
december.
- Carnavalsfeest:
- Op vrijdagochtend 17 februari
2012 vieren we met zijn allen carnaval. De organisatie treft U aan in de
maandbrief van februari.
- Schoolreisje/uitstapje:
- De schoolreis voor alle groepen
is op donderdag 7 juni 2012. Informatie over bestemming per leerjaar
en verdere organisatie vindt u in één van de maandbrieven.
- Schoolverlatersdag:
- Op woensdag 27 juni 2012
nemen wij
afscheid van de kinderen van groep 8. Het is een avond met disco en
voordrachten; ook de video van het kamp wordt getoond. Alle
schoolverlaters met hun ouders zijn van harte welkom
- Kinderboekenweek:
- woensdag 5 oktober t/m vrijdag 14
oktober 2011
vindt de jaarlijkse kinderboekenweek plaats. Hieraan wordt in ieder geval aandacht
geschonken. De vorm waarin is op dit moment nog niet bekend.
Mededelingen daarover treft U aan in de maandbrief van oktober.
- Schoolkamp:
- De leerlingen van
de groepen 8 gaan
op kamp maandag 19 september t/m donderdag 22
september. Hun
ouders/verzorgers worden daarover apart geďnformeerd.
- Culturele en
musische vorming:
- Samen met de ouderraad wordt een
programma gerealiseerd voor musische vorming en cultuur, afhankelijk
van het aanbod. Nadere informatie leest u in de maandbrief.
Ieder jaar verzorgen we een kunstenaarsproject. Gedurende
een week ligt het accent op creatieve, muzikale en culturele
uitingsvormen binnen een bepaald thema. Als afsluiting is er een
presentatie of voorstelling voor de ouders. Het
kunstproject zal plaatsvinden in de periode voor Pasen 2010. U
krijgt hierover nog nader bericht via de maandbrief.
- Excursies:
- Afhankelijk van de groep en het
onderwijsprogramma kunnen excursies plaatsvinden. U ontvangt steeds van tevoren
bericht.
naar
inhoudsopgave
4 DE ZORG VOOR ELKE LEERLING.
De zorg voor de leerling in de school door de eigen leerkrachten.
Op basisschool “d'n Hazennest” zitten
momenteel ongeveer 440 leerlingen. Alhoewel deze leerlingen in groepen verdeeld
zijn, betekent dat niet dat ze alleen maar als groepen gezien worden. We
vinden het erg belangrijk dat ieders individualiteit ook gezien en
gerespecteerd wordt. Dat betekent o.a. dat we zorg op maat willen geven:
wat heeft een leerling nodig?
Leidraad bij het onderwijsproces is
het schoolplan, waarin staat welke leerstof in welke groep aangeboden
wordt en op welke manieren dat mogelijk is. Toch kan het betekenen dat
een kind bepaalde leerstof (nog) niet aankan, of juist zo snel leert,
dat sneller door de leerstof heen gaan gewenst is. Dit blijkt op
de volgende manieren:
- bij de
onafhankelijke Cito-toetsen twee keer per jaar,
waarvan de neerslag in het leerlingvolgsysteem
terechtkomt, zien we dat een leerling onder de maat presteert (of
juist alleen maar maximale scores levert);
- bij de
methode-afhankelijke toetsen na een hoofdstuk of leerstofondeerdeel
- op grond van observaties van de
groepsleerkracht in de groep.
In deze gevallen wordt er een
individueel handelingsplan opgemaakt, door de leerkracht in samenwerking
met de Intern Begeleider. In de
praktijk houdt dit in dat
voor een bepaalde periode een aparte leerlijn wordt gemaakt voor één of
een paar leerlingen. Dit wordt beschreven in een
handelingsplan.
Deze individuele hulp wordt gegeven tijdens de
schooltijden door de groepsleerkracht (met name tijdens de lessen
zelfstandig werken). In beperkte mate is er
Remedial Teaching mogelijk buiten de groep.
Na verloop van tijd wordt de extra hulp geëvalueerd en bekeken of
betreffende leerling weer het klassikale werktempo overneemt of dat
verdere extra hulp nodig is. De ouder(s) of verzorger(s) worden altijd
op de hoogte gesteld van deze extra hulp.
In de hoogste klassen kan het voorkomen dat wat extra werk in deze zin
buiten schooltijd gegeven wordt. Omdat er dan thuis een en ander gemaakt
moet worden, zijn de ouders/ verzorgers daar dan ook van op de hoogte.
Mochten we er binnen het team
betreffende bepaalde leerproblemen niet uitkomen, dan wordt het volgende
werkschema gevolgd:
- de ouder(s)/verzorger(s) worden op
de hoogte gesteld door de groepsleerkracht (vaak samen met de
Intern Begeleider) tijdens een daarvoor geregeld gesprek;
- aan hen wordt een voorstel gedaan
voor de verder te volgen procedure;
- die kan inhouden dat de begeleider
van de Fontys Fydes
onderwijsadviseurs
ingeschakeld worden voor een
observatie, een schoolvorderingen onderzoek of een psychologische test. Het kan ook een combinatie van deze drie zijn;
- als de ouders daarmee instemmen,
volgt er in veel gevallen een gesprek met de
ouder(s) of verzorger(s).
Daarna volgt de observatie / het onderzoek
zelf;
- het verslag van de observatie / het
onderzoek wordt afzonderlijk met de ouder(s) / verzorger(s) en de
school doorgesproken en een handelingsplan wordt gemaakt, dat
natuurlijk na verloop van tijd wordt geëvalueerd en zo nodig
bijgesteld;
- ook is er de mogelijkheid binnen
het kader van het landelijke proces “Weer Samen Naar School” om
de hulp in te roepen van collega's of specialisten van scholen
voor speciaal onderwijs We noemen dit collegiale consultatie (hulp voor
de leerkrachten bij het begeleiden van leerlingen). Deze vorm van hulp
inroepen gaat via de “Permanente
Commissie Leerlingenzorg
(PCL)”. Mochten we
dit overwegen, dan wordt U altijd van te voren ingelicht.
- Blijkt na alle hulp, dat onze
basisschool niet in staat is die hulp voor de leerling te bieden, die
hij / zij nodig heeft, dan gaan we terug naar de Permanente
Commissie
met de vraag of plaatsing op een andere school (voor speciaal of
regulier onderwijs) niet verstandiger is.
Ook voor de
meer-dan-gemiddeld-begaafde-leerling hebben wij een beleidsplan. Het
beschrijft de procedure en de leerstof per vakgebied, aangepast naar
leeftijd en capaciteiten per leerling. Dit beleidsplan ligt op school
ter inzage.
In alle gevallen worden de ouder(s) /
verzorger(s) door ons ingelicht. We
vinden openheid belangrijk en gesprekken over individuele kinderen
worden dan ook altijd ingepland, ook als dat op Uw verzoek is.
Het kan ook voorkomen dat leerlingen
op onze school geplaatst worden na een aantal jaren speciaal onderwijs.
Vaak krijgen ze dan nog extra begeleiding van een leerkracht van de
school voor speciaal onderwijs waar ze hebben gezeten. Dat is voor de
leerling fijn (een veilig, vertrouwd gevoel) en voor de groepsleerkracht
is het een extra ondersteuning.
naar
inhoudsopgave
WAT ALS MIJN KIND MEER AANDACHT NODIG HEEFT DAN DE SCHOOL UIT
KAN BIEDEN.
Waar kan ik als ouder terecht als ik me zorgen maak over de
ontwikkeling van mijn kind?
Vanzelfsprekend is een goed contact tussen ouders en school van belang
voor een voorspoedige ontwikkeling van Uw kind. Het is logisch dat U,
wanneer U zich zorgen maakt, contact opneemt met de school (allereerst
de leerkracht, de Intern Begeleider of de directie). Het is naar
onze mening in alle gevallen aan te raden de zorgen samen met de school
te delen.
Waar kan de school en waar kan mijn
kind terecht als extra hulp noodzakelijk is?
Als de hulp die de school zelf kan
bieden niet voldoende blijkt, kan de school de hulp inroepen van
Fontys Fydes
onderwijsadviseurs. Dit kan leiden tot een CLB (Consultatieve Leerling
Bespreking) of een onderzoek. Met de uitslag van dat onderzoek kan een
kind worden aangemeld bij de Permanente Commissie Leerlingenzorg
(PCL) of Commissie voor Indicatiestelling (CvI). [ zie
hoofdstuk kind met speciale zorg] Die commissie heeft tot taak te
bepalen of toelating op een speciale school voor basisonderwijs nodig
is. Officieel zijn het natuurlijk de ouders die hun kind bij die PCL (of
CvI) aanmelden, maar dat zal als regel samen met de school gebeuren.
Daarnaast heeft de PCL (of CvI) zo nodig de taak begeleidingsadviezen te
geven en door te verwijzen.
Welke stappen worden er gezet in de
speciale zorg die misschien nodig is?
- Stap 1:
- Uw kind ontwikkelt zich tamelijk
zorgeloos en alle hulp kan door de eigen school worden gegeven. Als
dat voor een gezonde vooruitgang niet voldoende is, volgt:
- Stap 2:
- Onderzoek door de
Fontys Fydes
onderwijsadviseurs
om zicht te
krijgen op het probleem.
Met de uitslag van het
onderzoek kan het kind worden aangemeld bij PCL of CvI
- Stap 3:
- De PCL wordt gevraagd het kind te
bespreken. De benodigde informatie kan door de ouders, de school of
eventueel anderen worden gegeven. Afhankelijk van de conclusies zal
geadviseerd worden:
- het kind op de basisschool waar
het zit te laten, al dan niet met extra hulp
- het kind op een andere
basisschool te plaatsen, waar de hulp die Uw kind nodig heeft,
beter kan worden gegeven
- het kind te plaatsen op een
school voor speciaal basisonderwijs (SIO De Schans of
MLK de Bisschop
Janssensschool).
Hoe meld ik mijn kind aan voor een
school voor speciaal basisonderwijs?
Wanneer ouders denken dat hun kind (misschien) aangemeld moet worden
voor een speciale school voor basisonderwijs, moeten ze eerst met de
basisschool overleggen. Samen zal dan in de regel besloten worden aan te
melden bij de PCL (of CvL)., met de vraag om advies. Als de PCL
(of CvL) besluit dat er
recht op plaatsing is, dan zal een toelatingsbeschikking worden gegeven.
Met deze toelatingsbeschikking gaat de ouder naar een speciale school om
plaatsing te vragen. Ouders mogen ook rechtstreeks contact opnemen met
de PCL (of CvL), hoewel dat een uitzondering is in de praktijk.
Duurt het lang voor dat de PCL
(of CvL) zijn
conclusies doorgeeft aan ouders en school?
Nee, meteen bij de aanmelding of snel daarna, zal worden aangegeven
wanneer de bespreking zal plaats vinden. Na de bespreking duurt het
maximaal twee weken voordat U de conclusie van de
PCL (of CvL) zult vernemen. De
commissie meldt de conclusie altijd aan de ouders én aan de school.
Wie nemen deel aan die
PCL-bijeenkomst?
In ieder geval zijn de vier vaste leden van de PCL en de adviseur van de
Fontys Fydes
onderwijsadviseurs
aanwezig. Afhankelijk van de vraag kunnen daarnaast aanwezig zijn:
- de directeur van de school waar het
kind dan zit
- de Intern
Begeleider en/of de groepsleraar
- medisch of maatschappelijk
deskundigen
- de ouder(s)/verzorger(s), indien
zij dat wensen
- overigen op verzoek van betrokkenen
en/of op uitnodiging van de PCL
Wordt mijn kind direct geplaatst
als de PCL (CvL) Speciaal Onderwijs noodzakelijk vindt?
Dat hangt er van af. Als er plaats is op de voor Uw kind meest geschikte
vorm van Speciaal Onderwijs
dan is plaatsing vanzelfsprekend. Wanneer er geen plaats is op
betreffende school, wordt Uw kind (zo kort mogelijk) op een wachtlijst
geplaatst.
Kunnen kleuters ook aangemeld
worden bij de PCL (CvL)?
Jazeker, want alle stappen die gezet worden in het kader van de speciale
zorg gelden voor alle leerlingen van 4 t/m 12 jaar.
Kunnen basisscholen aan kinderen die eerst op het speciaal onderwijs
zaten, extra hulp geven ?
Elke school heeft zijn sterke kanten en zijn eigen grenzen. Elke
basisschool kan een aantal kinderen, die eerst op het speciaal onderwijs
zaten, helpen. Zo ook “d'n Hazennest”. De speciale scholen voor
basisonderwijs hebben een
jarenlange ervaring met speciale deskundigheid en zorg. Speciale scholen
voor basisonderwijs zullen die speciale hulp en zorg blijven geven aan
die kinderen waarvoor dat nodig is.
Hebben de ouders het recht op
inzage in een dossier wat over hun kind bestaat ?
Ja. De ouders zijn de eerst-verantwoordelijken. Zij hebben recht op
inzage.
Wat is een Onderwijskundig Rapport
?
Een onderwijskundig rapport is een schriftelijke samenvatting van de
problemen en de vragen die de ouders en de school aan de PCL
(of CvL) stellen.
Het rapport wordt ondertekend door de ouders en de directeur van de
school. Zonder een handtekening van de ouders zullen geen gegevens van
derden (bijv. de
Fontys Fydes
of de schoolarts) aan de PCL
(of CvL) worden verstrekt.
Mag je, net als bij de dokter, een
“second opinion” onderzoek laten uitvoeren ?
Ja, wanneer dat een redelijk verzoek is, zal dat worden gehonoreerd.
Kan iedereen de gegevens met betrekking tot mijn kind bekijken ?
Nee, want de vertrouwelijke informatie wordt in een dossier op
correcte wijze bewaard en alleen de mensen die op grond van hun
bevoegdheden inzage mogen hebben, krijgen toegang tot die gegevens.
Waar kan ik meer informatie verkrijgen?
Op school, via Maud de Graaff of
Anke Didden (Intern Begeleiders) of
Huub van Hal of bij:
Samenwerkingsverband WSNS Tilburg
Directeur Dhr. Th. van Rijzewijk
Postadres
Postbus 1372 5004 BJ TILBURG
Bezoekadres
Dr. Hub van Doorneweg 91 5026 RB TILBURG
T
013-4672660
F
013-4679508
E
info@wsnstilburg.nl
W
www.wsnstilburg.nl
Leerlingenzorg door externen
onder schooltijd
In toenemende mate worden scholen geconfronteerd met verzoeken van
ouder(s)/verzorger(s) om extra zorg voor hun kinderen te
organiseren, waarbij zij op eigen initiatief en voor eigen rekening
externe hulp inschakelen. Hiervoor heeft Tangent haar eigen
beleidskader geformuleerd in de beleidsnotitie Onderwijs en/of
leerlingenzorg door externen onder schooltijd. Het complete
beleidsstuk ligt ter inzage op school (en is te vinden op de website
van de school).
T.a.v. externe RT onder schooltijd
in en buiten de school staat d’n Hazennest in beginsel afwijzend.
Indien er sprake is van een medische indicatie of indien er kan
worden aangetoond dat de te verlenen hulp een onmisbare schakel in
het hulpverleningsproces is, wordt hierop een uitzondering gemaakt.
Als dit is aangetoond, dient er
door de ouder(s)/verzorger(s) en de uitvoerder van de hulpverlening
een verklaring van vrijwaring van verantwoordelijkheid aan school te
worden afgegeven. Op deze manier kunnen school en bevoegd gezag niet
aansprakelijk worden gesteld voor de kwaliteit of gevolgen van de
door de externe hulpverlener geleverde diensten en producten.
Wel dienen goede afspraken gemaakt te worden over de frequentie,
tijdsduur en wijze waarop overleg met school plaatsvindt.
Als dit allemaal goed is geregeld, kan de school alsnog toestemming
geven.
De directeur stelt het bevoegd gezag (Stichting Tangent) daarvan
schriftelijk in kennis.
Kind met specifieke
zorg.
Het kan voorkomen, dat een kind
ten gevolge van een stoornis of beperking dermate specifieke zorg vraagt,
dat de mogelijkheden van het samenwerkingsverband te kort schieten. In
dat geval biedt mogelijk de Regeling Leerling-gebonden Financiering
uitkomst. Deze nieuwe wet, die in dit schooljaar 2003-2004 van start
gaat, wordt ook wel aangeduid als de ‘Rugzakwet’.
De Rugzak is
bedoeld om ouders meer vrijheid te geven in de keuze tussen regulier
en speciaal onderwijs voor hun kind. Voordat deze keuze kan worden
gemaakt, moet eerst duidelijk zijn of het kind voor deze regeling in
aanmerking komt. Daartoe moeten ouders een verzoek indienen bij de
onafhankelijke Commissie voor Indicatiestelling (CvI). Deze commissie
beoordeelt op grond van landelijke criteria of een kind toelaatbaar is
tot een speciale school dan wel voor leerling-gebonden financiering.
Zo’n commissie put daarvoor onder meer uit bestaande medische dossiers
over het betreffende kind en uit een onderwijskundig rapport, als het
kind al op school zit. Wanneer het kind een zogenaamde ‘indicatie’
krijgt, kunnen de ouders vervolgens een keuze maken tussen een
reguliere en speciale school. Het is belangrijk dat ouders samen met
een school tot een juiste keuze komen, die in het belang is van het
kind. Beslist de commissie dat een kind niet toelaatbaar is, dan
blijft het kind op de ‘gewone’ school of gaat het eventueel naar een
speciale school voor basisonderwijs (sbo)
Als het kind met
een Rugzak naar een reguliere school gaat, gaan de extra middelen als
het ware in een rugzakje mee. Overigens krijgen ouders(s)/verzorger(s)
die middelen niet zelf in handen. Die zijn bestemd voor de school om
samen met de deskundigen van de speciale school de zorg te kunnen
bieden, die het kind nodig heeft. Als een reguliere school instemt met
plaatsing, dan maakt de school vervolgens een handelingsplan. Dit
gebeurt in overleg met de ouder(s)/verzorger(s) en de speciale school,
die de begeleiding gaat verzorgen. In het plan staat wat men wil
bereiken in het onderwijs aan de leerling en op welke manier de
rugzakmiddelen zullen worden ingezet.
Ouders kunnen ook
kiezen voor een speciale school. Dit zijn scholen die hun onderwijs
afstemmen op de beperking of stoornis van een kind. Hun
deskundigheid en kwaliteit zetten ze in voor álle kinderen met een
specifieke stoornis of beperking, of ze nu op de reguliere of speciale
school zitten.
De huidige schoolsoorten en de
circa 340 scholen in het ( voorgezet) speciaal onderwijs worden
samengevoegd tot vier clusters en zijn per 1 augustus 2003
samengebracht in 40 regionale expertisecentra ( REC’s).
De
vier clusters zijn:
|
Cluster 1 |
Onderwijs aan visueel
gehandicapte leerlingen: slechtziende en blinde kinderen. |
|
Cluster 2 |
Onderwijs aan auditief en/of
communicatief beperkte leerlingen: doven, slechthorende en
ernstig spraak-taalgestoorde kinderen. |
|
Cluster 3 |
Onderwijs aan geestelijk en
lichamelijk gehandicapte leerlingen: mytyl/tytyl, Landurig Zieken
en Zeer Moeilijk Lerende Kinderen. |
|
Cluster 4 |
Onderwijs aan leerlingen met
ernstige gedragsproblemen dan wel kinderpsychiatrische problemen:
Zeer Moeilijk Opvoedbare Kinderen, Langdurig Zieke Kinderen(anders
dan een lichamelijke handicap) en Pedologisch Instituut-scholen. |
Het REC kan ouders
helpen bij het maken van een keuze. Daarna gaan ze in gesprek met
school, regulier of speciaal. In dit gesprek geeft de school aan welke
mogelijkheden er zijn om het kind onderwijs te bieden. Ouders
vertellen wat zij verwachten van de school. Een reguliere school mag
een kind alleen weigeren, als er geldige redenen voor zijn. Als ouders
het gevoel hebben, dat de school geen goed onderwijs kan bieden aan
hun kind, is het niet in hun belang en dat van het kind om toelating
af te dwingen. Een speciale school mag een leerling niet weigeren op
grond van de aard van de beperking.
Op onze school is
een protocol ‘Leerlinggebonden financiering’ aanwezig. Hierin staat
uitvoerig de procedure bij aanmelding vermeld. Het ligt ter inzage op
school bij de directie.
Wilt u meer weten?
-
Informeer dan
eerst bij de school waar uw kind naartoe gaat
-
Ook kunt u over
de situatie in Midden Brabant informatie opvragen bij het REC Midden
Brabant: dhr. J. van den Muijsenberg, ambtelijk secretaris van de
CvI. Tel. 073 – 503 71 20 of 06 – 51 889 355.
E-mail:
cvi-midden-brabant@wanadoo.nl
-
Voor algemene
informatie kunt u bellen met Publieksvoorlichting van het ministerie
van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen: tel. 079 – 323 32 70 (op
werkdagen van 9.00 uur – 12.30 en van 13.30 uur – 16.00 uur)
-
Ook kunt u
informatie krijgen op het internet, onder andere via
www.oudersenrugzak.nl
of www.leerlinggebondenfinanciering.nl
Onderwijs aan
zieke kinderen
Iedere school
krijgt wel eens te maken met een leerling, die ziek is. Meestal komt
een zieke leerling binnen afzienbare tijd weer terug op school. Soms
is dat echter niet het geval en blijft de leerling gedurende langere
tijd afwezig of is hij/zij vaker kort of chronisch ziek. Wettelijk
gezien is de school, waar de zieke leerling staat ingeschreven
verantwoordelijk voor de voortgang van het onderwijsprogramma, ook
gedurende de periode van ziekte. Ze kan daarbij ondersteuning
aanvragen bij SOM
Onderwijsadviseurs.
Zo spoedig
mogelijk nadat een zieke leerling is aangemeld bij de SOM, maakt de
‘consulent ondersteuning onderwijs zieke leerlingen’afspraken met de
school. Er wordt gekeken naar aanpassingen in organisatie en aanpak
van het schoolwerk, prioriteiten in vakinhouden, leerstofspreiding op
langere termijn, de wijze waarop contacten met klasgenoten onderhouden
kunnen worden, enzovoorts.
Indien ouders
en/of de school daar behoefte aan hebben, kan de consulent
voorlichting geven over:
-
het ziektebeeld
van de leerling;
-
de mogelijke
gevolgen van de ziekte en/of de behandeling op het leren en het
gedrag;
-
de opvang van de
zieke leerling bij terugkeer op school;
-
de opvang van
medeleerlingen, eventuele broer(s) en/of zus(sen), enz.
De
onderwijsondersteuning wordt verzorgd door de ‘consulent
ondersteuning zieke leerlingen’ van de SOM. Daarnaast kunnen
ambulante begeleiders van de Mytylschool Tilburg worden
ingeschakeld. Voor (aanvullend) onderwijs aan zieke kinderen kan
rechtstreeks met deze ambulante dienst van de Mytylschool contact
worden opgenomen. Aan het geven van dit onderwijs zijn kosten
verbonden.
Wilt u meer informatie, dan kunt u contact opnemen met de
schoolleiding of met
Fontys Fydes onderwijsadviseurs:
Ton Hafkemeijer
thafkemeijer@som-net.nl
tel. 0877 873 888
Ook op hun
website
www.som-net.nl
vindt u informatie over de ondersteuning van onderwijs aan zieke
leerlingen.
naar
inhoudsopgave
DE BETROKKENHEID VAN OUDERS EN
VERZORGERS.
Hoe kijkt de school er tegen aan?
Uit hoofdstuk 4 blijkt al dat we
betrokkenheid van ouders/verzorgers heel belangrijk vinden. Het gaat
tenslotte om Uw kind(eren). We streven daarom een open
sfeer na:
- we zijn altijd bereid tot een
individueel gesprek, maar niet als de kinderen van de klas erbij zijn,
maak dus even een aparte afspraak.
- het kan (vooral voor de jongere
kinderen) heel erg belangrijk zijn dat U hun werk zo af en toe komt
bekijken; als U dat wilt, doe dat dan ná schooltijd, zodat U geen
lessen stoort en de leerkracht alle tijd heeft
- ouderparticipatie in welke vorm dan
ook (zie verderop) is zowel voor ons als voor ouders prettig. U weet
dan beter waar Uw kind mee bezig is.
- een aantal zaken kan beslist niet
zonder ouderhulp gerealiseerd worden. We zijn dan ook erg blij met die
hulp!
- de vorderingen van ieder kind
moeten bij zijn/haar ouders bekend zijn. Daarom vragen we altijd de
ouders/verzorgers naar school te komen voor het bespreken van de
vorderingen aan de hand van rapporten.
naar
inhoudsopgave
Op
welke terreinen kunnen ouders hun betrokkenheid uiten?
De betrokkenheid van ouders uit zich
op de volgende manieren:
- door aanwezig te zijn op de
rapportavonden waar de ontwikkeling van Uw kind(eren) wordt besproken
- door eens na schooltijd met uw kind
de klas in te lopen als uw kind daarom vraagt, om te kijken naar werk
dat hij of zij gemaakt heeft.
- door aandacht te schenken aan het
werk dat uw kind mee naar huis neemt: zowel creatieve zaken als
leerzaken, iets om op te hangen of weg te zetten, of huiswerk.
- door structureel te participeren:
- in de oudergeleding van de
Medezeggenschapsraad
- in de ouderraad
- als verkeersbrigadier
- als lid van de activiteitengroep
- als
lid van een werkgroep
- door incidenteel te
helpen:
- bij carnaval
- bij de sportdag
- als er vervoer nodig is naar
culturele of musische activiteiten
- als daar verder om gevraagd
wordt.
Hulp van
ouders wordt altijd gevraagd door teamleden of door de Ouderraad. De
Ouderraad heeft een lijst van ouders die tijd beschikbaar hebben voor
ondersteunende werkzaamheden. Hebben we hulp nodig dan zal vanuit het
team overleg worden gepleegd met de ouderraad.
naar
inhoudsopgave
Hoe is
de informatie naar de ouders/verzorgers geregeld?
Elk jaar opnieuw ontvangt U van school
informatie op de volgende manieren (we merken daarbij op dat
schriftelijke informatie zoveel mogelijk alleen aan het oudste
kind van het gezin wordt meegegeven):
- via de schoolgids in de eerste week
van het schooljaar.
- via de maandbrief, die meegegeven
wordt op een van de laatste dagen van elke maand
- middels de schoolkrant, die per
jaar 4 keer verschijnt
- middels brieven die alleen voor één
bepaalde klas bestemd zijn
- middels individuele brieven
- middels een telefoontje
- middels de informatie-avonden per
groep aan het begin van het schooljaar
- middels het informatiebord van de
Ouderraad en de Medezeggenschapsraad
- middels mededelingen aan de ramen
bij de ingangen van de school of op de prikborden.
naar
inhoudsopgave
Overige
oudercontacten.
Natuurlijk zijn er naast de geregelde
contacten een heleboel contacten mogelijk tussen individuele ouders
onderling betreffende de school of tussen ouders/verzorgers en teamleden
of directieleden. In het algemeen geldt: blijf niet ergens mee zitten.
Heeft U vragen of opmerkingen, kom er mee voor de dag. Als we iets niet
weten, kunnen we er niets mee doen.
naar
inhoudsopgave
De
medezeggenschapsraad.
De
M.R. is een afvaardiging van het personeel en van de ouders/verzorgers
die kinderen op school hebben en houdt contact met de directie inzake
het te volgen beleid. Ze heeft in een aantal zaken advies- en
instemmingsrecht, met betrekking tot voorgenomen besluiten van de
directie. Ook informeert de MR de directie gevraagd of ongevraagd
indien nodig. Het in deze schoolgids genoemde anti-pestprotocol, het
protocol schorsing en verwijdering van leerlingen, het protocol
leerlinggebonden financiering, het gedragsprotocol en de regelingen
buiten- en tussenschoolse opvang zijn besproken met en hebben de
instemming van de M.R.
Voor
wat betreft de schooloverstijgende besluiten, welke door het
schoolbestuur (sinds 1 januari 1998: Tangent) worden voorgedragen, is
een G.M.R. (Gemeenschappelijke MedezeggenschapsRaad) aangesteld,
waarin per school één persoon namens iedere M.R. wordt afgevaardigd.
De
leden van de M.R. treden na drie jaar af. Ouders/verzorgers hebben dan
de gelegenheid om zich aan te melden als lid van de MR. Mochten er
meer kandidaten zijn dan er plaatsen openvallen, dan zullen er
verkiezingen plaatsvinden.
De
vergaderingen van de M.R. zijn openbaar. OP het mededelingenbord bij
de ingang via de speelplaats hangen de data, agenda’s, notulen van de
vergaderingen en het jaarverslag. Aan het begin van een nieuw
schooljaar verschijnt er een jaarverslag van het afgelopen jaar in de
schoolkrant.
De
leden van de MR hebben een postlaatje tegenover de koffiekamer. Indien
u vragen of mededelingen heeft, kunt u die hier achterlaten, waarna
zij met u contact opnemen.
Het mail-adres van de M.R. is
mr@hazennest.nl
De M.R. bestaat momenteel uit de volgende personen:
|
Namens de teamleden |
Namens de ouders/verzorgers
|
|
Monique Smetsers (penningmeester) |
Tom van Oeffelt |
|
Petra Melsen |
Monique van Nunen
(voorzitter) |
|
Gerry van Eijnhoven
(secretaris) |
Michelle Sebregts |
|
Sandra Dikmans |
Jos Reulen (tevens lid GMR) |
naar
inhoudsopgave
De Ouderraad.
Als U een kind of kinderen op
basisschool “d'n Hazennest” heeft, bent U automatisch lid van de
oudervereniging, tenzij U duidelijk te kennen geeft daar geen prijs op
te stellen. De Ouderraad is het bestuur van de oudervereniging en
bestaat uit de volgende personen:
|
Erik Boers |
(voorzitter)
|
|
Samantha van Horen |
(penningmeester) |
|
Claudia Vorselaars |
(secretaris) |
|
Jolanda van Disseldorp |
(public relations) |
|
Loretta van Zoelen |
(lid) |
|
Bianca Doomen |
(lid) |
|
Audrey van Fessem (lid) |
(lid) |
|
Jolanda Mutsaers |
(lid) |
|
Marc Simons |
(lid) |
De functie van de ouderraad is
weergegeven in een viertal zaken:
- Initiator en organisator van
allerlei activiteiten ten behoeve van leerlingen
- Woordvoerder namens haar achterban
naar directie en team
- Adviesorgaan naar de
medezeggenschapsraad
- Belangenbehartiger bij de
vormgeving van schoolbeleid
Elke vier ŕ zes weken komt de
Ouderraad bij elkaar, wisselend met en zonder teamleden. In deze
vergaderingen komen de hierboven genoemde functietaken aan de orde ,
waarbij een belangrijk deel betrekking heeft op de organisatie van de
diverse activiteiten voor de leerlingen (Hazendag, Kinderbingo,
Kerstviering, Carnaval, Sint, Avondvierdaagse, etc).
U kunt de leden van de
ouderraad bereiken door een brief te doen in hun laatjes, naast het
kantoor van de directie.
Activiteiten kosten geld.
De ouders/verzorgers wordt vrijwillig
een bijdrage per kind gevraagd. Dit bedrag, de vrijwillige
ouderbijdrage, wordt elk jaar vastgesteld.
Na vaststelling van de vrijwillige ouderbijdrage ontvangt U een
overeenkomst waarmee U verklaart akkoord te gaan met de ouderbijdrage,
die voor het schooljaar 2010 - 2011 € 15,00 per
kind bedraagt.
Indien u niet akkoord gaat, kan Uw
kind of kinderen uitgesloten worden van deelname aan diverse
activiteiten.
Na tekening van de overeenkomst ontvangt U van de Ouderraad een
acceptgirokaart.
naar
inhoudsopgave
CONTACTEN BUITEN DE SCHOOL
Contacten met andere scholen binnen en
buiten de stichting.
D'n Hazennest is geen eiland in het
onderwijs. Er zijn intensieve contacten met andere scholen voor
basisonderwijs en speciaal onderwijs. Die contacten houden het volgende in:
- als een leerling van school
verandert (naar onze school toegaat, of onze school verlaat) dan is er
altijd contact met de andere school aangaande de ontwikkeling van de
leerling tot dan toe. Aan de hand van een onderwijskundig rapport en een
beschrijving heeft de nieuwe leerkracht altijd zo snel mogelijk een
heleboel gegevens van de leerling.
- binnen de scholen van Tilburg-Noord
is op papier vastgelegd, dat wanneer een school besloten heeft een kind
te laten doubleren, dit besluit door de andere scholen wordt
overgenomen. Ook met de scholen buiten Tilburg-Noord is dit gewoonte.
- net als alle scholen voor basis- en
voortgezet onderwijs neemt “d'n Hazennest” deel aan de activiteiten van
de stichting “BOVO” (Basis Onderwijs Voortgezet Onderwijs). Haar
hoofddoel is de overgang van basis naar voortgezet onderwijs zo veel
mogelijk te stroomlijnen, afspraken te maken en te bewaken en nieuwe
ontwikkelingen dien aangaande bij te houden.
- de directieleden van “d'n Hazennest”
zijn lid van het Directieoverleg Primair Onderwijs Midden Brabant.
(Dopo)
Hier
wordt veel nieuw landelijk en lokaal beleid besproken en omgezet in
werkbare afspraken.
- de scholen voor Voortgezet Onderwijs
informeren bij de basisschool voordat ze kinderen opnemen,
welk beeld wij hebben. Dat gaat via een onderwijskundig rapport, veelal
gevolgd door persoonlijk gesprek.
De scholen voor V.O. laten
de resultaten van de
ontvangen leerlingen van onze school aan ons weten.
naar
inhoudsopgave
Relaties met diensten, instellingen en
personen die voor U van belang kunnen zijn.
Hierna treft u een overzicht aan van
diensten en instellingen waarmee U (via de school) in aanraking kunt komen. In alle gevallen geldt dat, als
U hen nodig hebt en U kunt hen niet zelf bereiken, U de telefoon-nummers
bij de directie kunt verkrijgen.
Onderstaande lijst is niet compleet.
Met name op het gebied van de individuele hulp aan kinderen kunnen nog
andere dienstverlenende instanties in beeld komen. Te denken valt
hierbij aan RIAGG, IMW, bureau Vertrouwensarts,
Kinderbescherming enz.
|
Gemeentelijke Geneeskundige Dienst
|
|
Onze schoolarts
bekijkt de
kinderen die door de schoolverpleegkundige worden doorverwezen voor
onderzoek. Ook kan op verzoek van school en ouders een kind nader
worden onderzocht.
De schoolverpleegkundige
bekijkt alle leerlingen twee keer gedurende hun basisschoolloopbaan,
voor wat betreft groei, gewicht, gezichtsvermogen en gehoor.
Opvallende zaken geeft zij door aan de schoolarts. De logopediste van de G.G.D. heeft een signalerende en
controlerende functie. Leerlingen die logopedische hulp nodig
hebben, worden door haar verwezen naar een logopediste. Het is dan
aan de ouders om dat te realiseren. Zij behandelt dus geen kinderen! |
|
Inspectie van het Onderwijs
|
|
Hij/zij
controleert namens het ministerie de inrichting van het onderwijs en
de gang van zaken op de scholen. Alleen in gevallen van hoge
uitzondering komen ouders met hem in aanraking. |
| |
|
Gemeente Tilburg, afdeling
leerplicht |
|
Ambtenaar van de
gemeente Tilburg, belast met het toezicht op de uitvoering van de
leerplichtwet. Ouders die aanvragen doen voor extra vrij en niet
meteen een positief antwoord krijgen van de directie van de school,
komen met haar in aanraking. Ook ouders van wie de kinderen
onrechtmatig verzuimen, krijgen van haar een uitnodiging om te komen
praten. |
|
|
|
School-maatschappelijkwerk (SOM)
|
|
Onze schoolmaatschappelijk werkster is Liselotte Heerema.
U kunt bij haar terecht wanneer u zich zorgen maakt over uw kind en
voor vragen over de opvoeding of de ontwikkeling van uw kind.
Daarnaast kan het schoolmaatschappelijk werk u helpen bij een
verwijzing naar andere hulpverlenende instanties. Contact geschiedt
via de leerkracht van uw kind of onze IB Maud de Graaff
of Anke Didden. |
|
|
|
Politie Bureau Tilburg Noord
|
|
Onze wijkagent is regelmatig op school, overlegt over onveilige
situaties rondom school, verzorgt voorlichting aan de kinderen en
geeft informatie. |
|
|
|
Jeugd Tand Verzorging
|
|
Ouders/verzorgers die er voor kiezen hun kind(eren) gebits
-verzorging te laten krijgen via school kunnen hun kind(eren)
hiervoor aanmelden. |
naar
inhoudsopgave
KWALITEIT EN RESULTATEN.
Schoolplan en jaarplan
Aan scholen worden allerlei taken toebedacht, maar de belangrijkste
taak van de school is toch het geven van goed onderwijs. Leerlingen
komen naar school om iets te leren. Hoe wij het leren op onze school
hebben georganiseerd, staat beschreven in het schoolplan. Om de
kwaliteit van het onderwijs in Nederland te bewaken, heeft de
overheid een aantal regels en richtlijnen opgesteld. De inspectie
controleert de kwaliteit van de scholen en brengt daarover een
schriftelijk verslag uit. U kunt dit ook op internet
nalezen.
We leren de kinderen ook, wat we van hen verwachten in de
omgang met elkaar en met de leerkrachten. Afspraken leggen we vast
in schoolregels. Voor geďnteresseerden ligt
er op school een exemplaar van het schoolplan 2011-2015 ter inzage.
Eenmaal per vier jaar wordt het schoolplan door het Bevoegd Gezag
vastgesteld en aangeboden aan de inspectie van het onderwijs.
Naast het schoolplan heeft onze school een jaarplan. De globale
doelstellingen uit het schoolplan worden omgezet in concrete en
operationele doelen voor het komende schooljaar. Met het jaarplan
worden de activiteiten voor een jaar gestuurd. De volgende doelen
staan omschreven in ons jaarplan:
■ Methoden:
Dit schooljaar gaan we werken met een nieuwe rekenmethode (Rekenrijk)
en borgen we het werken met de methode voor voortgezet technisch
lezen (Estafette).
De onderbouw gaat werken met de methode Kleuterplein, waardoor de
leerlijnen met tussendoelen op de ontwikkelingsgebieden geborgd zijn
(beredeneerd aanbod)
■ V.V.E:
Werken aan verdergaande samenwerking en afstemming met de
peuterspeelzaal en samenstellen van activiteitenboek per thema
■ Borging:
Coöperatief leren: afspraken over de didactische structuren en
verslaglegging in ons borgboek
Gedifferentieerde instructie: borgen van afspraken en opzetten
doorgaande lijn bij instructie op niveau en onderwijsbehoefte van
het kind
■ Woordenschat:
Verdieping op woordenschatroutines, die we in alle vakgebieden
kunnen inzetten
■ Passend onderwijs:
Bezinning op onze zorgstructuur en bepalen van ons zorgprofiel
Instructie op onderwijsbehoefte van
het kind
Het
onderwijs op een basisschool heeft ten doel de leerlingen een basis
bij te brengen ten aanzien van heel veel aspecten van hun
ontwikkeling. Daartoe is een heel pakket van einddoelen door het
ministerie ontwikkeld. Om nu te weten of we die doelen halen, worden
op gezette tijden toetsen afgenomen, zodat we zowel van de totale
groep, als van elke leerling apart weten hoe het met de ontwikkeling
staat.
Dit
gebeurt door observaties of toetsen, die bij de methoden horen. Ook
gebruiken we methode-onafhankelijke toetsen van Cito. Dit houdt de
school bij in een leerlingvolgsysteem. Enkele keren per jaar worden
deze toetsen afgenomen en u wordt hiervan op de hoogte gehouden
tijdens de rapportgesprekken (bespreken van de leerlingvolgkaart).
Als
uw kind in groep 8 zit, maakt hij of zij de Cito-Eindtoets, een
landelijke toets, die meehelpt het niveau te bepalen voor de keuze
van voortgezet onderwijs. Ouders hebben ook de keuze, als hun kind
in groep 8 zit, hem/haar al dan niet aan een psychologisch onderzoek mee te
laten doen, ten einde hun mogelijkheden voor vervolgonderwijs nader
te bepalen.
De
school bespreekt regelmatig tijdens teamvergaderingen of de gewenste
resultaten behaald worden. Wij analyseren de resultaten van die
toetsen en vergelijken ze dan met de afgelopen jaren.
Niet alleen de resultaten van kinderen worden dan besproken, ook
wordt nagedacht of onze manier van werken verbeterd kan worden. Als
‘meetlat’ gebruiken de Tangent-scholen hiervoor de
kwaliteitskaarten.
Eens in de twee jaar vragen we aan het personeel, de ouders, de
leerlingen van de bovenbouw of zij tevreden zijn over de kwaliteit.
In het voorjaar van 2008 zijn deze enquętes voor het laatst
afgenomen. Alle Tangent-scholen werken met de enquętes van ‘Scholen
met Succes’. Dit is een landelijke organisatie door
wie onze
resultaten vergeleken worden met een hele grote groep scholen door
heel Nederland.
Naast dit ‘interne toezicht’ op de kwaliteit houdt de inspectie van
het onderwijs namens de minister van onderwijs toezicht.
In
Januari 2009 bezocht de Inspectie onze school
in het kader van het Onderwijsverslag 2008-2009. Uitkomst van
dit onderzoek is, dat het onderwijs op d’n Hazennest van voldoende
kwaliteit is.
Basisschool d’n
Hazennest wordt opgenomen in de reguliere planning voor
vervolgtoezicht. Het verslag van het laatste schoolbezoek is te
lezen op de website van de Inspectie.
www.onderwijsinspectie.nl
naar
inhoudsopgave
Onderwijsresultaten
We
willen ons graag verantwoorden voor de resultaten, die wij in onze
school halen. Niet alle resultaten zijn meetbaar. Creativiteit,
sociaal-emotionele elementen, maar ook de sfeer op school worden
niet omgezet in resultaten van toetsen en Cito-scores.
Leerlingvolgkaart
We volgen de kinderen met methode-onafhankelijke toetsen van CITO.
De resultaten leggen we vast in ons digitale leerlingvolgsysteem. De
gegevens van uw kind noteren we op de leerlingvolgkaart. We
bespreken deze tijdens het rapportgesprek.
Op het eind van ieder schooljaar krijgt u de ingevulde
leerlingvolgkaart mee.
CITO toetsen
We bespreken tijdens de rapportgesprekken met u de meest recente
resultaten van uw kind(eren). Door middel van A, B, C, D en E geeft
CITO aan wat het niveau is bij een gemaakte toets. Deze letters
geven een vergelijking van de score van uw kind(eren) met de
prestaties van leerlingen in een landelijke steekproef in hetzelfde
leerjaar.
Het gemiddelde ligt op de grens van B en C.
A: goed tot zeer goed (de 25 % hoogst scorende leerlingen)
B: voldoende tot goed (de 25 % boven het landelijk gemiddelde
scorende leerlingen)
C: matig tot voldoende (de 25 % onder het landelijk gemiddelde
scorende leerlingen)
D: zwak tot matig ( de 15 % ruim onder het landelijk gemiddelde
scorende leerlingen)
E: zeer zwak tot zwak (de 10 % laagst scorende leerlingen)
Sommige toetsen worden eenmaal per schooljaar afgenomen;
andere toetsen meerdere keren.
Zittenblijven en speciaal onderwijs.
Het kan in het belang
van uw kind zijn dat hij/zij een jaartje langer doet over het
onderwijs. Zittenblijven komt op onze school niet veel voor, maar
soms verloopt de ontwikkeling van een kind langzamer, zodat het
zinvol is om een leerjaar nog eens over te doen.
Ons
uitgangspunt is zorg op maat. Wij bieden een uitdagende omgeving en
stimuleren de kinderen. Het onderwijsaanbod is zodanig dat het kind
zich op zijn/haar eigen niveau cognitief, sociaal-emotioneel kan
en mag ontwikkelen. Die persoonlijke ontwikkeling is bepalend bij de
beslissing over doorstroming of verlenging.
Doubleren moet een cognitief of sociaal-emotionele meerwaarde
hebben. Het moet zinvol zijn. De leerling werkt dan met een eigen
programma.
Soms is het beter een kind juist niet te laten zitten. Het gaat dan
naar het volgende leerjaar en werkt met een minimumprogramma.
Het
kan ook voorkomen dat een leerling dermate vastloopt, dat hij/zij
verwezen moet worden naar een school voor speciaal basisonderwijs.
Voor kinderen met een cognitieve voorsprong hebben wij een apart
beleid.
Kleutergroepverlenging
Wij
hanteren de termen jongste, middelste en oudste kleuter.
In
principe worden kinderen in groep 1 geplaatst op de dag waarop zij
vier jaar worden.
Jongste kleuter is als het kind voor 1 oktober 4 jaar wordt. Zij
zijn het eerste jaar jongste kleuter en het schooljaar daarop oudste
kleuter.
De
middelste kleuter is de leerling, die na 1 oktober instroomt.
Hij/zij is tot augustus daarop jongste kleuter, het volgende
schooljaar middelste kleuter en het daaropvolgende schooljaar oudste
kleuter.
De
oudste kleuter gaat het volgende schooljaar naar groep 3.
Maatgevend is uiteraard altijd de individuele ontwikkeling van het
kind. Kleuters worden vanaf de eerste schooldag geobserveerd
(cognitief, sociaal-emotioneel en motorisch) en dit wordt
bijgehouden in een observatie/registratiesysteem.
De
Cito-toetsen Taal voor Kleuters en Ordenen worden aanvullend
afgenomen en geven een beeld van het cognitieve niveau van dat
moment.
Vervroegde doorstroming of verlenging van de kleuterperiode is
altijd leerling-afhankelijk.
Wie bepaalt de
schoolloopbaan van het kind ?
De schoolloopbaan van een kind wordt bepaald door de directeur van
de school, uiteraard in overleg met IB, leerkracht(en) en het
Zorgteam. De school maakt aan ouders en Inspectie duidelijk hoe het
tot het inzicht over de schoolloopbaan is gekomen. Niet de leeftijd,
maar het ontwikkelingsniveau en het ontwikkelingsverloop bepalen de
schoolloopbaan van het kind. Daarbij is niet de sociaal-emotionele
problematiek doorslaggevend, maar het totaalbeeld van het kind. De
school zorgt voor functionele leertijdverlenging. Na beschrijving
van de beginsituatie van het kind zetten we een traject uit aan de
hand van leerlijnen.
Speciaal basisonderwijs
Er gaan vanuit onze
school ook kinderen naar het speciaal onderwijs.
Vanaf 1 augustus 1998 worden die
scholen SBO-scholen genoemd (SBO = Scholen voor Speciaal Basis
Onderwijs). Landelijk gezien gaat tussen 1 en 2 procent van de
leerlingen naar het speciaal basisonderwijs. Het gemiddelde van
onze school over de afgelopen jaren is ongeveer 1,5 %.
naar
inhoudsopgave
De uitstroom naar het Voortgezet Onderwijs.
Op dit moment staat de kwaliteit van
het onderwijs heel erg in de belangstelling. Publicatie van
kwaliteitsgegevens is een van de middelen waarmee de staatssecretaris
denkt de ouders tegemoet te kunnen komen bij de keuze van een school. De
meningen daarover zijn erg verdeeld, omdat naast onderwijskundige
resultaten, ook:
- expressievakken,
- de sfeer op school,
- het pedagogisch klimaat en
- de omgang van het personeel met
kinderen en ouders
- sociaal-emotionele vorming
- aandacht voor werkhouding en
zelfstandigheid
- en zorg voor de individuele
leerling
deel uitmaken van de kwaliteit van de
school. En dat kun je niet vangen in cijfers of statistieken.
Acties die we ondernemen of ondernomen
hebben om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren zijn:
- continu aandacht voor
zelfstandig werken in de groepen en mogelijkheden voor individuele
leerlingbegeleiding (o.a. gebruik van de ‘instructietafel’)
-
binnen
de Voor- en Vroegschoolse Educatie (V.V.E.) werken we samen met
peuterspeelzaal Hazennest om nog betere afstemming,
signalering en overdracht te bewerkstelligen.
-
instructie op het
niveau of de onderwijsbehoefte van het kind
- borgen van de
didactische structuren binnen coöperatief leren
- in het kader van
techniekonderwijs leggen we accent op sociaal -, betekenisvol - en
strategisch leren, waarbij vaardigheden als ontdekken, ervaren,
eigen leerstrategieën gebruiken, verantwoordelijkheid, creativiteit,
samenwerken en zelfstandig werken worden ontwikkeld
- aanschaf van nieuwe
methoden
-
taalverbetertraject binnen een
taalpilot van het Projectbureau Kwaliteit (PO raad)
Met name de resultaten van de
CITO-eindtoets worden vaak gezien als dé graadmeter van de kwaliteit van
het onderwijs.
We zetten daar de volgende kritische
kanttekeningen bij:
- naast cognitieve vaardigheden is de
motivatie, werkhouding en sociaal-emotionele ontwikkeling van de
leerling bepalend voor wat hij/zij aankan
- de bewuste individuele keuze
van een aantal leerlingen: niet altijd de hoogte van de leerprestaties
zijn voor een leerling van belang bij de schoolkeuze, in een aantal
gevallen is gerichtheid op een beroep de belangrijkste drijfveer om
een bepaalde school te gaan bezoeken
- tenslotte:
de Cito eindtoets is niet alleen bepalend voor de uiteindelijke
schoolkeuze, het blijft natuurlijk een momentopname. Het
Onderwijskundig Rapport van de basisschool waarin een neerslag staat
van de bevindingen van 8 jaar basisschool en de keuze van leerling en
ouders zijn medebepalend. Ook hebben de ouders nog de mogelijkheid een
psychologische test te laten afnemen in het achtste schooljaar,
voordat er een keuze gemaakt wordt. Zij ontvangen daarover informatie
aan het begin van het achtste schooljaar.
Het advies voor
een school voor Voortgezet Onderwijs
In het laatste jaar van de basisschool staan de ouders en
kinderen voor de keuze van het vervolgonderwijs. Dat is niet
gemakkelijk. Daarom wordt deze belangrijke stap zorgvuldig
voorbereid. Dat begint in groep 7. In deze groep maken de
kinderen de Cito Entreetoets. Deze toets geeft aan hoe het staat
met de leervorderingen op de gebieden taal, rekenen,
informatieverwerking en wereldoriëntatie. De uitslag van deze
toets wordt in een gesprek met leerkracht, ouders en kind
besproken. Samen wordt hierbij bekeken waar de accenten voor het
laatste jaar gelegd gaan worden.
De ouders van de leerlingen van groep 8 worden in januari
uitgenodigd voor het
adviesgesprek. Tijdens dit gesprek geeft de school advies over
welke type vervolgonderwijs wij het meest geschikt vinden voor
uw kind. U ontvangt de adviesbrief met daarop ons advies.
Ook wordt in januari voor de ouders van de kinderen uit groep 8
een gezamenlijke
informatieavond gehouden over de vormen van Voortgezet Onderwijs
in de regio en de inrichting van het onderwijsstelsel in
Nederland.
Tijdens de informatieavond zijn de scholen voor het voortgezet
onderwijs vertegenwoordigd en geven informatie over hun school.
Later in het jaar houden de scholen voor voortgezet onderwijs
open dagen die u met uw kind kunt bezoeken.
De kinderen van
groep 8 maken in februari de Cito Eindtoets. Het is een
hulpmiddel om de ouders te adviseren over het vervolgonderwijs.
De basisschool zorgt voor de overdracht naar het Voortgezet
Onderwijs. De vorderingen en individuele aandachtspunten van uw
kind worden beschreven in een
onderwijskundig rapport. Daarnaast worden er ook altijd
persoonlijke gesprekken gevoerd met docenten van de scholen voor
Voortgezet Onderwijs. Met elkaar dragen we op deze manier zorg
voor een veilige plaatsing van uw kind binnen het Voortgezet
Onderwijs. Met de uitslag van de Cito Eindtoets en het advies
van de leerkracht kunt u uw keuze maken voor de school voor
vervolgonderwijs. U moet zelf uw kind aanmelden.
Naast het Cito is het mogelijk om uw kind een psychologische
test te laten maken ter
ondersteuning van het advies van de leerkracht. Dit geschiedt op
vrijwillige basis.
De school volgt
de resultaten van de kinderen in het voortgezet onderwijs om na
te gaan of haar adviezen juist zijn geweest. Daartoe worden door
het voortgezet on¬derwijs de puntenlijsten van de kinderen aan
de school gegeven. Over het algemeen zijn de resultaten van de
kinderen in overeenstemming met onze verwachtingen.
De Cito Eindtoets
wordt afgenomen in groep 8 en is een hulpmiddel om de ouders te
adviseren over het vervolgonderwijs.
Deze toets kan ook gebruikt worden om de re¬sultaten van de
school met landelijke en regionale uitslagen te vergelijken.
Maar vergelijken vraagt om een bredere kijk. Scholen verschillen
qua
inhoud en schoolbevolking van elkaar. Bovendien moeten de
resultaten op de toets in
samenhang gezien worden met de individuele ontwikkeling van de
kinderen. Een Cito-toets
alleen is onvoldoende voor een passend advies richting het
voortgezet onderwijs.
Jaarlijks worden de behaalde resultaten op de Cito Eindtoets
geanalyseerd. Dit om ons
onderwijs ook middels een onafhankelijk bron te evalueren en te
verbeteren.
Onze school had de afgelopen jaren de volgende resultaten:
|
Jaartal |
score landelijke
gemiddelde (GLG en LG) |
score d’n Hazennest |
|
2011 |
535,3 |
535,6 |
|
2010 |
535,2 |
534,2 |
|
2009 |
535,2
|
533,8
|
In de GLG-score
(Gemiddeld Leerling Gewicht) zijn de kenmerken van de
leerlingenpopulatie verwerkt. Elke school wordt vergeleken met
scholen waarbij de samenstelling van de leerlingengroep
overeenkomt.
In
onderstaand schema vindt u de gemiddelde uitstroom van leerlingen van
d’n Hazennest over de afgelopen vier jaar, met in de laatste kolom de
percentages.
|
schooltype: |
Uitstroom 2007-2008 |
Uitstroom
2008-2009 |
Uitstroom
2009-2010 |
Uitstroom
2010-2011 |
Totale uitstroom |
percentueel |
|
VMBO
Basisberoeps-
gerichte leerweg |
0 |
3 |
0 |
1 |
4 |
3 % |
|
VMBO
Kaderberoeps-gerichte leerweg |
3 |
4 |
6 |
8 |
21 |
14 % |
|
VMBO
Theoretische leerweg |
17 |
12 |
14 |
10 |
53 |
35 %
|
|
HAVO |
8 |
13 |
5 |
24 |
50 |
33 %
|
|
VWO
|
10 |
2 |
6 |
7 |
25 |
15 %
|
|
Aantal leerlingen: |
38 |
34
|
31 |
50 |
153 |
100 % |
|
Leerweg ondersteunend
Onderwijs
(L.W.O.O) |
1 |
3 |
0 |
0 |
4 |
3 % |
De school volgt de
resultaten van de kinderen in het voortgezet onderwijs om na te gaan
of haar adviezen juist zijn geweest. Daartoe worden door het
voortgezet onderwijs de puntenlijsten van de kinderen aan de school
gegeven. Over het algemeen zijn de resultaten van de kinderen in
overeenstemming met onze verwachtingen.
Het grootste deel van
de leerlingen die “d'n Hazennest” na
groep 8 verlaten blijven in Tilburg-Noord en
gaan naar het 2-College Noord (voorheen Cobbenhagencollege), een school voor VMBO (Theoretische
leerweg) - HAVO - VWO, of naar het Midden Brabant College
(voorheen: Scholengemeenschap “Quirijn”) een school voor VMBO (Theoretische -,
Gemengde-, Kaderberoeps- en Beroepsgerichte leerweg).
De overige kinderen gaan naar alle
andere scholen voor voortgezet onderwijs in Tilburg.
naar
inhoudsopgave
De sociaal emotionele zorg.
Naast de
leerprestaties is de sociaal-emotionele ontwikkeling voor de
leerlingen van groot belang. Aspecten daarvan worden door ons
nauwgezet bijgehouden; in de kleuterperiode is de sociaal-emotionele
ontwikkeling vaak bepalend voor de ontwikkeling van de
leervoorwaarden voor taal en lezen en wordt daarom structureel in
kaart gebracht.
Ook op hogere
leeftijd kan de sociaal-emotionele ontwikkeling bepalend zijn voor
het school-succes.
Als het kind goed in zijn/haar vel zit,
doet het succeservaringen op, bouwt zo aan het zelfvertrouwen en
ontwikkelt zich. Bij de bespreking van
rapporten, of in afzonderlijke gesprekken, kan het daarom ook heel
goed over deze ontwikkeling gaan. In groep 6, 7 en 8 worden de
kinderen gevraagd een Schoolvragenlijst (SVL) in te vullen. Het
geeft een beeld van hoe het kind zich voelt op school,
van de
relatie met andere kinderen, de motivatie, de werkhouding en
sociaal-emotioneel welbevinden. De gegevens kunnen aanleiding geven
tot afspraken met ouders en andere vervolgstappen.
In het nieuwe schooljaar
gaan we in alle groepen werken met SOEMO (SOciaalEMOtioneel)-kaarten.
Binnen een kaart staan aspecten uit de sociale vorming of
sociaal-emotionele ontwikkeling centraal en met allerlei
activiteiten wordt hieraan in alle groepen aandacht geschonken.
naar
inhoudsopgave
Visie op
burgerschap en sociale integratie.
Onze
maatschappij is sterk geďndividualiseerd en veelkleuriger geworden.
Door de noodzaak tot meer samenhang en betrokkenheid in de
maatschappij is het ook een taak van de school om leerlingen op te
voeden tot een leven in deze maatschappij en om leerlingen voor te
bereiden op een actieve rol in de samenleving. We streven er
nadrukkelijk naar om leerlingen een stem te geven. We nemen
leerlingen serieus en we laten hen leren door te doen. De school is
bij uitstek een leerschool, waarin leerlingen ervaringen op kunnen
doen door aan concrete maatschappelijke taken deel te nemen en op
die manier vaardigheden te leren, die passen bij een actief en
betrokken democratisch burgerschap. Onderwijs is niet alleen
voorbereiding óp deelname aan de samenleving; het is zélf een
belangrijke vorm van samenleven.
Doelen:
■ Kinderen
kennen sociale gedragsregels door op een respectvolle manier samen
te leven in school
■ Kinderen maken
deel uit van een eigen sociale omgeving en worden zich daar van
bewust. Ze hebben zorg voor hun omgeving
■ Kinderen doen
mee in school. Onze leerlingen zijn jonge burgers; onze school is
een democratische gemeenschap. Leerlingen moeten een discussie
kunnen voeren en onderlinge problemen zonder geweld kunnen oplossen.
■ Kinderen weten
hoe onze democratie werkt en vormen zich daar een mening over; ze
vormen een eigen levensovertuiging. Ze weten wat het betekent om in
een democratische rechtstaat te leven
■ Kinderen
ontmoeten kinderen uit andere stromingen en overtuigingen en
verwerven daar kennis over
■ Kinderen weten
wat het betekent om Europees en wereldburger te zijn.
Voor dit
onderwerp bestaat geen kant en klare methode; we proberen in ons
dagelijks gedrag en omgang met elkaar de sociale waarden en normen
door te geven. Daarnaast besteden we met diverse activiteiten op
meerdere momenten de nodige aandacht aan sociaal gedrag en goed
burgerschap:
- Coöperatief leren (interactief
samenwerken, bedanken en complimenteren)
- Trefwoord (methode
levensbeschouwing)
- Lessen staatsinrichting
- Anti-pest protocol
- Interne Contact Personen
- Marietje Kessels project
- Training sociale vaardigheden (SOVA)
- Krantenkring met actualiteit vanuit
de samenleving
- TV Weekjournaal met nabespreking
- LOG (voorlichting door
gehandicapten)
- Mundial
- Bezoek kamp Vught en lesprogramma
Tweede
Wereldoorlog (discriminatie)
- Amnesty
International
- Project: Held,
vuurwerk, drugs/alcohol
- Prinsjesdag
- Dag van Respect
In ons dagelijks
handelen vormt het juiste voorbeeldgedrag van kinderen, ouders en
leerkrachten de echte meerwaarde.
Twee nieuwe
onderdelen in ons aanbod, zijn: SOEMO-kaarten en Respect posters
We werken in
alle groepen met SOEMO-kaarten. SOEMO staat voor SO
ciaal EMO tionele vorming. Verdeeld over vier mappen
zitten in een losbladig systeem geďllustreerde kaarten. Elke
kaart
- behandelt een
sociaal-emotioneel woord (bijvoorbeeld: alleen, heimwee,
zenuwachtig, stoer) of
- probeert
leerlingen vaardigheden aan te leren (bijvoorbeeld ‘Je spullen terug
vragen’ of ‘Belangstelling tonen voor een ander’)
- ook brengen de kaarten vergissingen
van kinderen aan de orde (bijvoorbeeld ‘Als een vriendje bij mij
thuis speelt, ben ik de baas’, of ‘Als iemand mij een klap geeft,
mag ik terug slaan’) Wij vinden het belangrijk dat leerlingen zich
‘weten te gedragen’: welk gedrag past bij welke situatie? Welk
gedrag kan door anderen als hinderlijk en kwetsend worden ervaren?
Met de SOEMO kaarten maken we dit bespreekbaar.
Respect posters
We hebben drie posters laten
maken: RESPECT voor jezelf, RESPECT voor de ander,
RESPECT voor je omgeving. Deze
posters staan op een centrale plaats in alle groepen en in de aula
bij het podium. Op iedere poster staan pictogrammen, die heel simpel
aangeven wat we bedoelen.
Verdere uitleg
en oefenen met bepaalde situaties gebeurt in de lessen van de
SOEMO-kaarten. Zo is er een goede
afstemming, vindt er herhaling en herkenning plaats en kunnen we de
kinderen aanspreken op hun gedrag en houding. We hopen op deze
manier concreet bezig te zijn met de basiswaarden en een goede
omgang met elkaar.
Uiteraard mogen
de kinderen fouten maken en helpen we ze om te leren.
Ons motto is:
‘afspraken zijn er om iedereen een beetje gelukkiger te maken’
Een samenvatting
van dit onderwerp in de vorm van een folder is te verkrijgen bij de
directie.
naar
inhoudsopgave
PRAKTISCHE AANGELEGENHEDEN EN
REGELINGEN.
Schooltijden.
De schooltijden zijn als volgt:
|
ochtend: |
|
middag: |
|
|
maandag - dinsdag - donderdag - vrijdag |
08.45 uur - 12.15 uur |
maandag - dinsdag - donderdag - vrijdag |
13.30 uur - 15.30 uur |
|
woensdag |
08.45 uur - 12.30 uur |
woensdag |
vrij |
Inloop.
Vanaf 15 minuten
vóór aanvang van de schooltijd zijn er leraren op het speelterrein
aanwezig om toezicht te houden (surveillance) Stuurt u de kinderen
dan ook a.u.b. niet eerder naar school. Dat geldt ook tussen de
middag.
Bedankt voor de medewerking.
De
kinderen mogen ’s morgens om 8.40 uur en ’s middags om 13.25 het
gebouw binnen en gaan dan naar het eigen lokaal. We verwachten alle
leerlingen altijd 5 minuten vóór aanvang van schooltijd binnen. De
lessen kunnen dan op tijd beginnen.
naar
inhoudsopgave
De gymlessen.
Tijdens de
informatieavond per groep (voor data zie middenblad met jaarkalender)
hoort u op welke
momenten uw kind gymles heeft.
Iedere groep heeft twee keer per week
gym, de ene keer een les met toestellen, de andere keer een spelles.
De gymlessen voor de
groepen 3 t/m 8 vinden plaats in de gymzaal, grenzend aan de
speelplaats, ingang Verhulstlaan. De gymlessen
van de kleuters vinden plaats in onze eigen speelzaal bij het
kleutercentrum.
De
kleuters hoeven geen speciale gymkleding te hebben. Wel is het goed
dat U hen speciale gymschoentjes meegeeft naar school, graag in een
zak met de naam van Uw kind er op. Dat scheelt heel wat zoeken!
De kinderen van de
groepen 3 t/m 8 moeten gymkleding dragen tijdens de gymlessen en wel
een korte
sportbroek en t-shirt, of
een gym- of balletpakje, naar uw keuze. Ook moeten ze allemaal
gymschoenen dragen (géén zwarte zolen), graag voorzien van naam. Het
is aan te bevelen de kinderen vanaf groep 3 een handdoek
mee te geven, zodat ze na de gym
minstens hun handen en voeten kunnen wassen.
Wij zijn niet aansprakelijk
voor verlies van spullen tijdens de gymlessen.
naar
inhoudsopgave
Vakanties en vrije dagen in het
schooljaar 2011-2012.
De vakanties vallen dit schooljaar als
volgt:
|
Vakanties: |
|
|
Herfstvakantie |
maandag 24 oktober
2011 t/m vrijdag 28 oktober 2011 |
|
Kerstvakantie |
maandag 26 december
2011 t/m vrijdag 6 januari 2012 |
|
Carnavalsvakantie |
maandag 20 februari
2012 t/m vrijdag 24 februari 2012 |
|
Pasen |
vrijdag 6 april 2012
t/m maandag 9 april 2012 |
|
Meivakantie
|
maandag 23 april
2012 t/m vrijdag 4 mei 2012 |
|
Hemelvaart |
donderdag 17 mei
2012 t/m vrijdag 18 mei 2012 |
|
Pinksteren |
maandag 28 mei 2012 |
|
Zomervakantie |
maandag 2 juli 2012
t/m vrijdag 10 augustus 2012 |
Op Goede vrijdag
(6 april 2012) en de vrijdag na Hemelvaart (18 mei 2012) zijn
alle groepen de hele dag vrij.
Daarnaast zijn de groepen 1 t/m 4 op alle vrijdagmiddagen vrij.
Deze data staan
ook aangegeven in de jaarplanning in het middenblad van deze
schoolgids.
Bovendien worden ze elke maand nog een keer vermeld in de
maandbrief.
Dit schooljaar hebben we de volgende studiemomenten gepland:
Voor groep 1 en 2:
Studieochtend op woensdag 2 november 2011: invoering
Kleuterplein
Studieochtend op woensdag 14 maart 2012: digitaal notatie- en
registratiesysteem
Voor de groepen 1 t/m 8:
Studiedag op woensdag 12 oktober 2011: Kind op de gang in kader
van Passend Onderwijs.
Studiedag op woensdag 1 februari 2012: Studiedag Tangent
Studiemiddag op donderdag 31 mei 2011: Formatie en organisatie
nieuwe schooljaar
In de loop van
het jaar kunnen data wijzigen; wij informeren u dan tijdig via
de maandbrief.
(zie voor data van vrije dagen de kalender op het middenblad)
naar
inhoudsopgave
Aanvraag extra vrije dagen.
Uw kind is leerplichtig
vanaf de dag, dat hij/zij de leeftijd van 5 jaar
bereikt. De leerplicht houdt o.a.
in dat alleen in uitzonderingsgevallen vrijaf gegeven wordt buiten de
gewone geplande schoolvakanties.
Daarom vragen we Uw aandacht voor het
volgende:
- Om vrij te krijgen voor
familiefeesten (bruiloften, jubilea etc.) moet twee
maanden voor betreffende datum een schriftelijk verzoek
worden ingediend bij de directie van de school. In de regel krijgt U
onmiddellijk antwoord.
- Elke andere aanvraag voor extra
vrije dagen moet ook in eerste instantie gedaan worden bij de directie
van de school. Soms krijgt U meteen antwoord, maar meestal zult U een
formulier krijgen dat thuis moet worden ingevuld en worden opgestuurd
naar de ambtenaar van de leerplichtcontrole van de gemeente Tilburg. Na
het advies van deze ambtenaar zal de directie als regel conform het
advies van de ambtenaar besluiten over de aanvraag. Het is mogelijk dat
U door genoemde ambtenaar wordt uitgenodigd voor een gesprek voor een
nadere verklaring omtrent de aanvraag. Ook komt het voor dat zij Uw
werkgever of reisbureau benadert met vragen.
- U heeft
de mogelijkheid om
in beroep te gaan tegen de uiteindelijke beslissing van de directie, bij
de rechterlijke macht. Uw aanvraag moet dan wel minstens 6 weken vóór de
gevraagde vrije periode gedaan zijn.
- Houdt U zich niet aan een
negatieve uitspraak van de ambtenaar van de leerplichtcontrole
en de directie van de school, dan kan het gebeuren dat U, na
controle, een bekeuring ontvangt. Dat betekent een geldboete per
dag dat Uw kind(eren) afwezig is (zijn) geweest.
Dit is géén regeling van
“d'n Hazennest”, maar een gemeentelijke regeling, op grond van
landelijke wetgeving.
|
naar
inhoudsopgave
Regels.
Voor een goede gang van zaken spreken
we graag het volgende met U af:
|
Fietsend naar school |
Als regel
geldt dat de leerlingen lopend naar school komen. Een uitzondering wordt
gemaakt voor die leerlingen die van buiten de wijk Quirijnstok komen.
Laat ons even weten als Uw kind met de fiets naar school komt. Op de
speelplaats is een fietsenstalling voor de
leerlingen. De fietsen zijn daar echter niet verzekerd tegen vernieling
en diefstal. Kinderen die dicht bij school wonen, mogen geen fiets
meenemen om na schooltijd bij een vriendje te gaan spelen of iets van
dien aard. Ze moeten de fiets dan na schooltijd eerst thuis halen. Dit
om te voorkomen dat er geen plaats is voor die kinderen die van ver
komen en de fiets dus echt nodig hebben. Een uitzondering is er voor de
kinderen die onder schooltijd een mis moeten dienen. Zij kunnen hun
fiets achter de hekken bij de speelplaatsingang parkeren. Als U zelf de
gewoonte heeft uw kind op de fiets naar school te brengen, laat de fiets
dan buiten de speelplaats achter. Fietsen op de speelplaats is
gevaarlijk en dus iet toegestaan, ook niet als U nčt een minuutje te
laat bent. Om de
veiligheid voor kinderen en ouders te vergroten, is met de fietsende
kinderen afgesproken, dat ze lopend met de fiets aan de
hand de speelplaats moet verlaten.
Ook op de stoep bij de school moeten ze lopen. Aangekomen bij de
weg, kunnen ze fietsend naar huis. Dit geldt uiteraard ook voor
ouders, verzorgers. Wilt u ook nog eens nadenken of met de fiets
naar school gaan wel zo noodzakelijk is. |
|
Met de auto naar school
brengen. |
In het verlengde
van
de Vermeulenstraat (hoofdingang school) is een kiss-andride-zone
aangelegd. Het is uitdrukkelijk de bedoeling op deze plek de
kinderen met de auto te halen en te brengen. Het andere
parkeerterrein is bedoeld voor personeel en bezoekers. Kinderen
lopen daar om gebruik te maken van de oversteekplaats aan de Van
Anrooylaan. Het wordt dan te gevaarlijk, als auto’s, fietsers en
voetgangers door elkaar bewegen. Wij vragen uw medewerking. |
|
Fruit. |
De leerlingen mogen in de pauze een meegebracht stukje fruit eten.
Voor de kleuters is het gemakkelijk als het fruit in een bakje,
voorzien van hun naam, zit. Fruitafval mag natuurlijk niet zomaar
worden weggegooid, maar moet in de daarvoor bestemde “groenbakken”.
Voor sommige kinderen lijkt dat een probleem, praat er eens met hen
over. |
|
Honden op de speelplaats en in
school. |
Haasjes (ook op “d'n Hazennest”) zijn soms bang van honden. Nee,
niet voor Uw hond, maar wčl voor die van de buren. Daarom spreken we
graag met U af dat er geen honden op het schoolterrein of in school
mogen komen, ook niet gedragen of in het fietsmandje. Het bespaart ons
bovendien heel wat kansen op hondenpoep aan de schoenen van leerlingen
en dus in school. Komt U uw kind(eren) met de hond van
school halen, wacht dan a.u.b.buiten de hekken en zie er op toe dat de
hond daar niet zijn/ haar behoefte doet.
|
|
Stagiaires. |
Onze school biedt
stageplaatsen aan studenten van de PABO (Pedagogische Academie Basis
Onderwijs) en Fontys Sporthogeschool.
Zij geven les onder toezicht en
verantwoordelijkheid van onze eigen leerkrachten.
|
|
Gesloten deuren. |
Als U voor een gesloten deur staat,
loop dan even naar de
hoofdingang en gebruik de deurbel dan even,
er komt altijd
iemand om de deur te openen. Soms kan het even duren. Excuses
daarvoor. |
|
De school en het speelterrein
zijn gemeenschappelijk bezit. |
Laten we er dus met z'n allen zorg voor dragen,
dan blijft het prettig om naar school te gaan en om er te werken. Wijst
U ook uw kind(eren) hierop. Bent U getuige van vernielingen of geven uw
kinderen dat thuis door, informeer Huub van Hal of Martijn Elesen dan
even! Bedankt. |
|
Vrijaf. |
Kinderen van “dn Hazennest” krijgen nooit vrijaf, zonder
voorafgaande melding in deze gids, de maandbrief of middels een
aparte brief. Onder schooltijd sturen we nooit zomaar zieke kinderen
naar huis, we vragen u hen dan te komen halen of een van de
teamleden brengt hem of haar thuis. Ook laten we geen kinderen gaan
die melden dat ze naar tandarts, orthodontist of specialist moeten.
U moet hen dan zelf komen halen. Voornaamste reden is de veiligheid
van uw kind; bijkomende reden de onmogelijkheid om te spijbelen. |
|
Huiswerk.
|
Huiswerk komt in de hogere klassen regelmatig voor. Kijkt u het werk
van uw kind gerust eens in. De meeste kinderen ervaren dat als
prettig; hebt U vragen, kom dan eens praten. Probeer uw kind(eren)
er van te overtuigen dat ze de boeken en schriften netjes moeten
houden, dat scheelt heel wat werkplezier, ook v oor de kinderen die na uw dochter of zoon met
hetzelfde boek moeten werken. Voor de kinderen van
de groepen 7 en 8
verplichten we het gebruik van een eenvoudige agenda. |
|
Rapporten.
|
Er vinden drie keer per schooljaar
rapportgesprekken plaats met de ouder(s), verzorger(s). Het eerste
gesprek is in december, het tweede in maart en de laatste keer in
juni. We hebben dan telkens een periode van ongeveer dertien weken
met uw kind in de groep gewerkt en een goed beeld van voortgang,
gedrag en werkhouding.
We willen met u het rapport van uw kind(eren) bespreken op:
- 12 en 13 december 2011 (week 48) en
- 26 en 27 maart 2012 (week 13) en
- 18 en 19 juni 2012 (week 25)
U krijgt van de leerkracht een uitnodiging voor een gesprek op
maandag of dinsdag in deze week. (Zie ook middenblad van deze
schoolgids).
Noteert U deze data a.u.b. vast in Uw agenda. Per kind wordt dan 10
minuten gepland; van te voren heeft U de gelegenheid de schriftjes
en werkboekjes en bij de kleuters de plak- en/of tekenboeken in te
kijken.
Procedure voor de groepen 3 t/m 7
Alle ouder(s), verzorger(s) worden uitgenodigd voor de eerste twee
rapportgesprekken.
Laatste rapport:
Op de donderdag in de derde week voor de zomervakantie krijgen de
ouders, verzorgers de gelegenheid het rapport tussen 16.00 uur en
17.30 uur op te halen bij de leerkracht; zij tekenen voor ontvangst.
Indien gewenst kunnen de ouders, verzorgers bij de leerkracht
inschrijven voor een rapportgesprek op de maandag daarna. Als de
leerkracht het nodig vindt, nodigt hij/zij zelf de ouders,
verzorgers uit voor een gesprek.
Voor de kleuterbouw:
In november worden de ouder(s), verzorger(s) van de oudste kleuters
uitgenodigd voor een gesprek; in maart geldt dit voor de ouder(s),
verzorger(s) van de jongste kleuters.
Laatste rapport:
De leerkrachten van de kleutergroepen geven op de woensdag in de
derde week voor de zomervakantie uitnodigingen mee met datum en tijd
aan:
- de ouders, verzorgers van de oudste kleuters, die naar groep 3
gaan
- de ouders, verzorgers van kleuters, die in mei/juni getoetst zijn
- de ouders, verzorgers van de allerjongsten, die na het tweede
rapport zijn gestart
- de ouders, verzorgers van de kleuters, waarvan de leerkracht
behoefte heeft aan een extra gesprek
De andere ouders, verzorgers krijgen de mogelijkheid in te tekenen
voor een gesprek, als daar van hun kant behoefte aan is.
Het ophalen van de rapporten gaat op dezelfde manier als hierboven
beschreven
bij de groepen 3 t/m 7
Voor groep 8
In november krijgen alle ouder(s), verzorger(s) een uitnodiging voor
het rapportgesprek van hun kind.
Tweede rapport:
Omdat deze ouders in januari het adviesgesprek voor voorgezet
onderwijs hebben gehad, is de procedure voor het tweede rapport voor
deze groep als volgt:
De kinderen krijgen het rapport mee naar huis in een dichte envelop.
Bij het rapport zit een brief, die de ouders moeten tekenen voor
ontvangst. Deze moet binnen twee dagen weer ingeleverd worden.
Laatste rapport
Op de afscheidsavond krijgen de kinderen het laatste rapport mee
naar huis; er is geen rapportgesprek met ouders, verzorgers |
|
Jarige leerkrachten. |
Als een van
de leerkrachten jarig is, dan wordt dat van te voren aan de
kinderen medegedeeld, zodat er een “feestje” kan worden gebouwd. Wijzelf
zouden het liefst een cadeau-regeling helemaal weglaten; maar omdat dat
voor de kinderen niet leuk is, hebben we het volgende voorstel: Laat de
kinderen van de groepen 1 t/m 4 zelf een werkje maken. Mocht u besluiten
toch iets te willen kopen, maak het dan niet te gek, dat geeft alleen
maar onnodige scheve gezichten. Voor de kinderen van de groepen 5 t/m 8
is samen iets doen heel erg belangrijk. Vandaar dat we voorstellen om
per kind maximaal € 0,50 mee te geven om samen iets voor de meneer of
juf te kopen. De kinderen worden begeleid door een collega van de
jarige. |
|
Trakteren op school. |
Uiteraard mogen de
kinderen trakteren, als ze jarig zijn. We vragen u wel om de
traktatie binnen de perken te houden.
Denkt u ook eens
aan een gezonde of creatieve traktatie.
De kinderen
gaan niet langs de andere
klassen om zich door leerkrachten en andere leerlingen te laten
feliciteren. Eventuele broertjes en zusjes kunnen ze een traktatie
geven op de speelplaats. Vierjarigen die op hun verjaardag
binnenkomen, hoeven echt niet te trakteren. De eerste dag is vaak
moeilijk genoeg voor ze en al die extra aandacht maakt het mogelijk
nog moeilijker. Neem anders eerst even contact op met de leerkracht. |
|
Namen in de kleding.
|
Het is
prettig als laarzen, gymkleding en -schoenen etc. voorzien worden van
namen of herkenningstekens. Er raakt dan minder kwijt en het bespaart
heel wat zoekacties. |
|
Gevonden voorwerpen. |
In de aula staat een
kast waarin gevonden voorwerpen worden
neergelegd. Horloges, ringen etc. worden naar
Huub van Hal of Martijn Elesen gebracht, dus bent U iets kwijt, neem dan
even met één van hen contact op.
Tijdens
de rapportavonden liggen alle gevonden voorwerpen in het zicht,
zodat u zelf kunt kijken of er iets van uw kind(eren) bij is. |
|
Kinderfeestje |
Geeft Uw kind een kinderfeestje ter gelegenheid van zijn of haar
verjaardag en wilt U daarvoor een aantal kinderen uitnodigen, dan
verzoeken we U dringend deze uitnodigingen persoonlijk thuis bij de
kinderen af te geven. Het is voor kinderen die (soms bij herhaling)
niet uitgenodigd worden onnodig pijnlijk om te zien dat anderen wčl
worden uitgenodigd. Uitnodigingen uitdelen in de klas staan we om
die reden helemaal niet toe. |
|
Wandelwagen. |
Als u uw kleuter naar school brengt en U heeft nog een baby of
peuter bij U in een wagen, dan vragen we U de wagen buiten te laten.
De ruimte in de school is niet toereikend om bij alle kleuters ook
nog wandelwagens op te nemen. Is Uw kleuter eenmaal gewend aan de
gang naar school, neem dan buiten op de speelplaats afscheid zodat
er weer meer ruimte komt voor de dan net startende kleuters en hun
ouders. |
|
Goed
weer |
Bij goed weer gaan mensen zich
luchtiger kleden. Ook binnen onze school merken wij dat de truitjes,
rokjes en broekjes van onze leerlingen steeds korter en steeds kleiner
worden. Dit vinden wij, als team van basisschool d'n Hazennest, geen
passende kledij binnen de school. U gaat immers ook “gekleed “ naar uw
werk. U kunt bovenstaande op twee manieren opvatten: belerend en
muggezifterig of nadenkend over normbesef en duidelijk zijn in omgang
met elkaar. Wij gaan ervan uit, dat u het op de laatste manier leest;
zoals we dat gewend zijn van ouders: meedenkend met de school. |
|
Zindelijk |
Wij gaan ervan uit,
dat uw kind overdag zindelijk is als het naar school komt. U mag
niet van de leerkrachten verwachten, dat ze leerlingen gaan
verschonen. |
|
Mobiele
telefoon |
Wij vinden het niet nodig, dat kinderen een mobiele
telefoon (gsm) onder schooltijd gebruiken. De school is
voldoende bereikbaar voor spoedgevallen en berichten. Wel hebben we
er begrip voor, dat u het veilig vindt, als uw kind te bereiken is
voor en na schooltijd. We willen dan wel, dat u dit schriftelijk
kenbaar maakt bij de leerkracht van uw kind.We maken de volgende
afspraak: onder schooltijd mogen de kinderen geen mobiele telefoon
gebruiken; wilt u iets doorgeven bel dan naar school: 013 547 00 16
Kinderen zetten hun gsm uit en geven deze aan de leerkracht;
na schooltijd krijgen ze de gsm terug om bereikbaar te zijn. Op
deze manier worden de lessen niet onnodig verstoord, worden er geen
vervelende foto’s gemaakt, is uw kind bereikbaar buiten schooltijd
en gaan de mobieltjes niet kapot. Dit geldt ook voor kinderen die
overblijven; de gsm blijft gewoon bij de leerkracht en na schooltijd
krijgen deze kinderen hun gsm terug. |
|
Flesjes
drinken |
We
vinden het niet nodig, dat kinderen flesjes met drinken
meenemen naar school. Er is voldoende gelegenheid op school om water
te drinken. Tijdens het overblijven mag dit uiteraard wel. |
|
Inlooptijd |
Vijf minuten voor
aanvang van de lessen, gaat de zoemer en mogen de kinderen het
schoolgebouw binnen. We doen dit om een rustige en veilige loop bij
de ingang en in de gangen te realiseren. De oudste kleuters hebben
laten zien dit al helemaal zelfstandig te kunnen. Na enkele weken in
het nieuwe schooljaar mogen ook zij alleen binnen komen.
De lessen beginnen als de zoemer gaat ’s morgens om 8.45 uur en ’s
middags om 13.30 uur. Alle kinderen zijn dan in het lokaal en alle
ouders zijn dan buiten.
Wij moeten onze lestijd
verantwoorden aan Inspectie en ouders en willen daarom deze afspraak
duidelijk bij u onder de aandacht brengen. We gaan uit van uw
medewerking. |
|
Schooletui |
In groep
3 krijgen de kinderen van school een etui met inhoud (vulpen,
potlood, gum, etc) en deze gaat mee naar de volgende jaren. We
merken, dat steeds vaker grote kleurdozen, stiften of pennenbakjes
mee naar school genomen worden. Dit heeft vaak vervelende gevolgen
(afgunst, vernielen, kwijt raken van onderdelen, niet uitlenen, etc.
We spreken met de kinderen af, dat er gedurende het
schooljaar geen eigen etuis of andere spullen van thuis mee naar
school worden genomen. |
naar
inhoudsopgave
Hoofdluis
Elk schooljaar komt het in alle groepen voor, dat er kinderen last
hebben van hoofdluis. Het is in heel Nederland een lastig en zeer veel
voorkomend probleem. Hoofdluis is voor kinderen, ouders en
leerkrachten heel vervelend. Bovendien is het moeilijk te voorkomen.
Toch kunnen er maatregelen worden genomen, die de overlast beperken.
In een uitgebreid overleg met de GGD Hart van Brabant, afdeling
Jeugdgezondheidszorg, is besloten om een werkgroep van ouders te
vormen. Deze werkgroep gaat op geregelde tijden (na een
vakantieperiode) de kinderen van elke groep op hoofdluis controleren.
Mocht er bij uw kind(eren) hoofdluis geconstateerd worden, dan wordt u
altijd door de leerkracht op de hoogte gebracht, zodat u maatregelen
kunt nemen. U zult begrijpen, dat deze werkgroep goed voorbereid en
heel discreet te werk gaat. Deze manier van werken heeft op veel
scholen al geleid tot opvallende vermindering van het
hoofdluisprobleem.
naar
inhoudsopgave
Overblijfregeling.
Tussen de middag eten en spelen bij
KL@S (Kids Lunch At School)
Onze school heeft tussen de middag pauze van 12.15 uur tot 13.30
uur. Kinderen kunnen thuis gaan eten, maar ook op school blijven.
Samen met KL@S bieden we alle kinderen de mogelijkheid om zich op te
geven voor het overblijven. Daar kunnen de kinderen hun boterham
opeten en daarna lekker spelen. Zodoende kunnen ze het
middagprogramma weer fris beginnen.
De opvang regelen we met vrijwilligers. In overzichtelijke groepen
zorgen we ervoor dat kinderen de rust krijgen om te eten en te
drinken. Het is de bedoeling dat kinderen zelf hun boterham, fruit
en drinken meenemen.
Na het eten kunnen de kinderen gaan spelen: vaak buiten op het
speelplein en bij slecht weer blijven ze binnen. We zorgen voor
toezicht en bieden de kinderen activiteiten aan, zodat ze zich niet
hoeven te vervelen. We vinden het belangrijk dat alle kinderen zich
prettig en thuis voelen bij KL@S. Het is immers de pauze van de
kinderen en dus tijd om even te ontspannen. Om alles goed te laten
verlopen, hanteren we als richtlijn dat er één overblijfkracht
aanwezig is op maximaal 15 kinderen.
Aanmelden
U kunt uw kind(eren) aanmelden voor KL@S via het aanmeldformulier
(op school aanwezig). We zien uw aanmelding graag zo vroeg mogelijk
tegemoet, minimaal 1 maand voordat uw kind(eren) hiervan gebruik
gaan maken. Dan kunnen we uw kind(eren) tijdig inplannen. Bij KL@S
registreren we ook altijd welke kinderen aanwezig zijn, zodat
hierover geen misverstanden kunnen ontstaan.
Wilt u op één of meerdere vaste dagen gebruik maken van KL@S of
slechts incidenteel een paar keer in het schooljaar, dan kunt u een
aanmeldformulier invullen en opsturen naar:
KL@S,
Vermeulenstraat 14,
5012 HB, Tilburg
o.v.v. aanmelding
Betalingen
De kosten per 22 augustus 2011 bedragen € 2,50 per keer dat uw kind
komt naar KL@S.
Er is geen contant betalingsverkeer mogelijk. U ontvangt per maand
achteraf een factuur.
Vragen?
Mocht u vragen hebben of behoefte hebben aan extra informatie? Neemt
u dan gerust contact op met Shirley van Geene of John Jolie;
telefoon: 06 510 937 32
Mailen kan natuurlijk ook: info@kidslunchatschool.nl
Zij zijn graag bereid uw vragen te beantwoorden
Buitenschoolse Opvang
De
buitenschoolse opvang (voor-en naschoolse opvang) wordt op onze school
verzorgd door Kinderstad (Flierefluiters) of door Dino. Dit is met
beide instanties zo afgesproken. Bij de directie van de school kunt u
informatie krijgen over hoe dit verzorgd is en hoe u contact kunt
leggen. Vervolgens kunt u als ouders, verzorgers zelf de keuze maken
met welke instantie u de naschoolse opvang regelt.
Voor
verdere informatie verwijzen wij naar:
BSO de Flierefluiters
De Schans 123
5011 EN Tilburg
tel/ fax: 013-4564173
Dino
Schubertstraat 700
5011 CW Tilburg
tel. 013 – 458 11 75 of e-mail
kdvdino@hetnet.nl
naar
inhoudsopgave
Vertrouwenszaken.
Het komt wel eens voor dat U, of uw
kind, met zaken zit die U graag vertrouwelijk wilt bespreken. De school
betekent tegenwoordig voor een toenemend aantal mensen de plaats waar
men met vragen terecht wil. Niet alleen kinderen, ook volwassenen hebben
soms een luisterend oor nodig.
Daarom kunt U bij ons op school altijd
terecht met vertrouwelijke zaken bij:
Piet Kievits, Ria van Deursen, Maud de
Graaff.
Zij zijn geen gekwalificeerde
vertrouwenspersonen, maar interne contactpersonen, mensen die weten hoe
te reageren (hoe schokkend Uw bericht ook is) en de weg weten in het
netwerk van hulpverleningsinstellingen.
Bovendien kunt U er van op aan dat uw
verhaal bij hen veilig is.
Dus als U met vertrouwenszaken zit en
er geen weg mee weet: maak een afspraak met een van de genoemde personen
en leg uw probleem op tafel.
U bewijst er Uzelf en/of uw kind een
dienst mee.
naar
inhoudsopgave
Preventie, dat is de essentie!
Onder deze leus draait de stichting
IMW (voorheen Jeugd en Jongerenwerk Tilburg) op een aantal
basisscholen in Tilburg, waaronder “d'n Hazennest”, het Marietje Kessels
Project. Doel van dit project is de preventie van machtsmisbruik jegens
kinderen: seksueel geweld, kindermishandeling, pesten en seksuele
intimidatie. Centraal staat het vergroten van de weerbaarheid bij
kinderen in deze situaties.
Geprobeerd wordt te voorkomen dat
kinderen (meisjes čn jongens) slachtoffer worden van machtsmisbruik.
Tevens wil men voorkomen dat kinderen zich schuldig
maken aan (seksueel) intimiderend gedrag. De kinderen moeten leren om
ongewenste situaties te onderkennen, te voorkomen en er effectief op
reageren.
Subdoelen daarbij zijn: leren opkomen
voor jezelf, leren vertrouwen op eigen gevoel en intuďtie, gevoelens
leren uiten, vergroten van een positief zelfbeeld, vergroten van
wilskracht en doorzettingsvermogen, je leren inleven in een ander en de
grenzen van anderen leren onderkennen en respecteren. De lessen worden
gegeven in groep 7 door gastdocenten van
gastdocenten.
naar
inhoudsopgave
Klachten en klachtenprocedure.
HEEFT U EEN KLACHT, BLIJF ER DAN NIET
MEE ZITTEN!
Als er iets op school, of in de groep
van uw kind is waar u het niet mee eens bent, blijf er dan niet mee
rondlopen, maar ga naar school toe en praat erover met de leerkracht van
uw kind. Een gesprek kan vaak veel oplossen.
Is het een klacht waarover u, om wat
voor reden dan ook, liever niet met de leerkracht zelf praat?
Dat kan natuurlijk gebeuren. Ongeacht
wat de reden is van uw wens om er liever niet met de betreffende
leerkracht over te praten, dan is er de mogelijkheid om met de directeur
van de school te praten of met een interne vertrouwenscontactpersoon.
Op
onze school zijn Piet Kievits, Ria van Deursen en Maud
de Graaff aangesteld als interne vertrouwenscontactpersonen.
Over wat voor klachten hebben we het
dan, als we b.v. naar de directie gaan i.p.v. naar de eigen leerkracht?
Is er een gewoon probleempje met uw
dochter of zoon betreffende leerstof, of een ruzietje met een vriendje,
dan gaat u natuurlijk naar de leerkracht van uw kind. Gaat het echter om
grotere problemen (zwaar of herhaald pesten, geweld of discriminerend
gedrag van wie dan ook, of seksueel wangedrag) dan kan ik me voorstellen
dat u liever met een interne vertrouwenspersoon praat, of met de
directeur van de school. Die weten in ieder geval wat ze moeten doen.
En hoe gaat dat dan verder?
Dat ligt een beetje aan de aard van de
klacht. Het kan zijn dat het snel op school wordt opgelost, het kan ook
zijn dat de klacht dermate ernstig is dat de hulp wordt ingeroepen van
een externe vertrouwenspersoon, speciaal daarvoor aangesteld door het
bestuur van de stichting. Ook kan het zijn dat de klacht door uzelf
doorgegeven wordt aan het bestuur van de stichting. Deze kan op haar
beurt zelf proberen de zaak op te lossen, of deze ook doorgeven aan een
externe vertrouwenspersoon. Ook is het mogelijk dat de klacht van de
interne vertrouwenscontactpersoon of vanuit u zelf wordt doorgegeven aan
de eigen klachtencommissie van Tangent (voor de minder ernstige zaken)
of aan de regionale klachtencommissie van KOMM, waarbij de scholen van
Tangent zijn aangesloten. Als een van deze commissies alles bekeken
heeft, komt ze met een advies naar het bestuur hoe het moet worden
opgelost.
Maar hoe weet u nou of u het goed
doet, en wie u moet benaderen?
Het is logisch dat u dat niet precies
weet, dat is ook best ingewikkeld. Het beste kunt u dan even een
afspraak maken met een interne vertrouwenscontactpersoon. Hij of zij
weet altijd de goede weg en zal u helpen, als u dat vraagt om contact te
leggen met wie of welke commissie dan ook.
En als u nou een hele procedure
doorlopen hebt en u bent niet gelukkig met de uitkomst, wat dan?
Vooropgesteld natuurlijk, dat we hopen
dat het nooit zover komt. Maar is het toch zo, en u wilt verder op, dan
moet u een civielrechtelijke procedure starten.
We snappen dat wat hierboven staat
allemaal heel zwaar klinkt. Gelukkig komt een procedure bij de
klachtencommissie maar zelden voor. Toch is het goed dat er een regeling
is voor het geval u een klacht heeft.
Het belangrijkste voor u om te
onthouden, zijn de volgende twee zaken:
- Is er een probleem, blijf er dan
niet mee lopen, kom er mee naar school
|
- Kunt u er niet over praten met de
leerkracht van uw kind, ga dan naar een interne
vertrouwenscontactpersoon of naar de directeur van de school.
|
Te uwer informatie tenslotte nog het
volgende:
Klachtenregeling en -commissie
Per 1
oktober 1994 zijn op basis van de herziene Arbowet schoolbesturen
verplicht maatregelen te treffen ter bescherming van personeel en
leerlingen tegen met name seksuele intimidatie, agressie en geweld.
Per 1
augustus 1998 is de zogenoemde Kwaliteitswet voor het onderwijs van
toepassing Onderdeel daarvan is het algemeen klachtenrecht. Het
bevoegd gezag is ingevolge deze wet verplicht een regeling te treffen
voor de behandeling van klachten over gedragingen en beslissingen dan
wel het nalaten van gedragingen en het niet nemen van beslissingen
door betrokkenen bij de onderwijsinstelling. Onderdeel van beide
wetten is het vaststellen van een klachtenprocedure, inclusief het
instellen van een klachtencommissie.
Sedert 1998 is Tangent - met instemming van de GMR - aangesloten bij
de Stichting KOMM, een onafhankelijke klachtencommissie machtsmisbruik
in het onderwijs, werkzaam in Zuid-Nederland. Naast deze
klachtencommissie (voor met name machtsmisbruik) is er binnen Tangent
nu ook een zogenoemde kleine interne onafhankelijke klachtencommissie
ingesteld voor de behandeling van de ‘overige’ formele klachten. Dit
kunnen klachten zijn van zowel medewerkers als van ouders.
De
Klachtencommissie Tangent is te bereiken op:
Klachtencommissie Tangent
p/a de heer A. Schrauwers
Dintel 22
5032 CP Tilburg
De externe klachtencommissie is de
“Onafhankelijke Klachtencommissie Machtsmisbruik in het Onderwijs”,
afgekort:
Stichting KOMM Midden
Brabant
t.a.v. mevr. A. de koning-Meeus (ambtelijk
secretaris)
Postbus 2086
4800 CB Breda
tel.: 06 – 1058 5367
website:
www.komm.nl
Vermeldt U op alle eventuele
correspondentie a.u.b.: “vertrouwelijk”
De externe vertrouwenspersoon van “d'n
Hazennest” is mevr. Jacqueline Klerkx. Zij is
orthopedagoge en verbonden aan de Stichting Onderwijsbegeleiding Midden
Brabant (S.O.M.)
Zij is bereikbaar op het volgende
adres:
Stichting Onderwijsbegeleiding Midden Brabant (S.O.M.)
Postbus 4155
5004 JD Tilburg
tel.: 0877 873888
Het bezoekadres is
Prof. Goossenslaan 1-05 te Tilburg
Een klacht wordt schriftelijk
ingediend bij het bevoegd gezag, of de Klachtencommissie (KOMM)
1. Een klacht die later wordt
ingediend dan twee jaren nadat de (laatste) gebeurtenis waarop de
klacht betrekking heeft plaats vond, wordt niet in behandeling
genomen. Voor leerlingen wordt die termijn verlengd tot twee jaren
nadat de school verlaten is. In bijzondere gevallen kan hiervan door
de klachtencommissie worden afgeweken, na raadpleging van het
bestuur van de Stichting KOMM.
2. Indien een klacht bij de
Stichting KOMM wordt ingediend, wordt in overleg met de klager
bepaald of de klacht in aanmerking komt voor mediation/bemiddeling
(zie paragraaf VI). Indien de klager kiest voor bemiddeling, wordt
de aangeklaagde door de Stichting KOMM benaderd met de vraag of hij
ook met bemiddeling instemt.
3. Een anoniem ingediende klacht
wordt niet in behandeling genomen. In bijzondere gevallen kan
hiervan door de klachtencommissie worden afgeweken, na raadpleging
van het bestuur van de Stichting KOMM.
Naast deze klachtencommissie (voor
met name machtsmisbruik) is er binnen Tangent ook een zogenoemde
kleine interne onafhankelijke klachtencommissie ingesteld voor de
behandeling van de ‘overige’ formele klachten. Dit kunnen klachten
zijn van zowel medewerkers als van ouders.
De Klachtencommissie Tangent is te
bereiken op:
Klachtencommissie Tangent
p/a de heer A. Schrauwers
Dintel 22
5032 CP Tilburg
naar
inhoudsopgave
|